Verslag van het 2e werkbezoek dat Ton Teunissen bracht aan SHIPO in Njombe, Tanzania.

 Wat vooraf ging:

 School voor Malombwe

1½ jaar geleden is het nu, mijn eerste reis naar Tanzania. Het reisverslag van toen heeft heel wat losgemaakt. Bij mij, maar ook in mijn omgeving. Eén van de lezers van dat verslag kwam namelijk met een enorme donatie: zij wilde een complete nieuwe school financieren! Dat zou alleen kunnen met een subsidiebijdrage van de NCDO, maar dat instituut geeft alleen subsidie als een actie wordt gedragen door meer dan één persoon. De stichting van de werkgroep Karibu (= Welkom) was dus een feit en Ans en ik liepen in de dramatisch verlopen, bloedhete Nijmeegse Vierdaagse (in één dag!) ruim € 4000,- aan sponsorgeld van familie, vrienden en bekenden bij elkaar.

Een artikel in een weekblad over mijn activiteiten leverde nog eens bijna € 1500 op en de tennisclub van het Psychiatrisch Centrum Willibrord, die ter ziele ging omdat hun tennisbanen ten prooi vielen aan nieuwbouwplannen van de GGZ en waarvan Ans bestuurslid was, stelde het batig saldo van de clubkas ter beschikking: ruim € 2000,-

SHIPO in Tanzania had natuurlijk wel een plan op de plank liggen: in Lyamkena was dringend behoefte aan een nieuwe basisschool. De bestaande school is overbevolkt en in het naburige Malombwe woonden genoeg kinderrijke gezinnen om aldaar een nieuwe “primary school” op te zetten. De voorbereidingen waren al getroffen, dus een startbedrag van € 10.000,- kon direct beschikbaar worden gesteld. Een touwpomp is inmiddels geïnstalleerd op de bouwlocatie en de dorpelingen zijn met de fundering van het schoolgebouw bezig!

Chasawaya

Een andere lezer van het verslag, directielid van het Kennemer College in Heemskerk/Beverwijk, was op zoek naar een project waar de leerlingen van zijn school zich voor zouden kunnen inzetten en oh hoe toevallig, het Kennemer College is klant van mijn adviesbureau, Bouw Service Heyloo.

Het idee begon te rijpen om de leermiddelen die bij de grootscheepse renovatie en nieuwbouw van de 5 KC scholen overtollig zouden worden, maar wel bruikbaar zouden kunnen zijn in Tanzania, daarheen te verschepen. En Ester Mgina van SHIPO zou Ester niet zijn als zij niet heel snel met een idee op de proppen kwam: misschien iets voor Chasawaya?

Chasawaya is, net als SHIPO, een Tanzaniaanse NGO. Zij zijn bezig met het opzetten van een school voor wat oudere weeskinderen die niet de kans hebben gehad om de primary school succesvol te voltooien. Deze kinderen zouden zodoende toch nog wat basiskennis kunnen opdoen en daarbij meteen een vak leren waarmee ze later in hun onderhoud kunnen voorzien. Daarvoor zijn leermiddelen nodig en die heeft Chasawaya (nog) niet.

Het Kennemer College gaat nu inventariseren wat er zoal overblijft na de renovatie en ik ga in Njombe, samen met Ester en Chasawaya een wensenlijstje opstellen. Via een Lionsorganisatie in Friesland weten we intussen iets over de aanschafkosten van een zeecontainer en het transport daarvan naar Dar es Salaam. Het verdere transport, een kleine 800 km. landinwaarts moeten we ter plaatse nog uitzoeken.

SHIPO office

Ook ruim 1½ jaar geleden sleepte Connect International, de organisatie waar Ton voor werkt, een flink budget binnen van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Een deel daarvan mocht worden besteed aan de bouw van een nieuwe huisvesting voor SHIPO Ze zitten nu namelijk nog in een zeer beperkte en primitieve ruimte, beschikbaar gesteld door de plaatselijke overheid. Stel je even voor: als de medewerkers ’s morgens op hun kantoor aan de slag willen moeten ze eerst de motorfietsen van de fieldworkers tussen de bureaus vandaan naar buiten zetten en pas tegen koffietijd zijn de olie- en benzinedampen weggetrokken!

Het tijdens de vorige reis door Ton gemaakte schetsontwerp voor een nieuw kantoorgebouw voor SHIPO is inmiddels omgevormd tot een concreet bouwplan en de bouw is al een heel eind gevorderd. De komende 4 weken kunnen de bouwers daar dus een verscherpt toezicht verwachten.

Manual

Hier was het eigenlijk allemaal mee begonnen. Het handboek dat Tanzanianen in staat moet stellen zelf hun scholen op een technisch goede manier te bouwen. De eerste 10 hoofdstukken zijn nu klaar en dit 2e werkbezoek van Ton zal dan ook voor een belangrijk deel in het teken staan van de toetsing van deze hoofdstukken aan de praktijk: kunnen de technici van SHIPO en bouwvakkers er iets mee? Wat moet er nog aan de tekst worden toegevoegd? Staat er wellicht onzin in? Hopelijk kunnen we dit eerste deel in de komende 4 weken afronden!

Donderdag 25 januari

Dit keer heeft mijn reisagent na veel wikken en wegen gekozen voor een vlucht met Swiss Een dagvlucht via Zürich heeft Ans uitgezocht. Gelukkig maar 55 minuten verlies in Zürich voor het overstappen en nog minder voor een tussenstop in Nairobi.

Helaas is echter net dezer dagen in Nederland de winter begonnen. Wij moesten niet alleen (in het holst van de ochtend) in Heiloo de autoruiten ontdooien, maar ook op Schiphol, waar ze kennelijk niet op winterweer waren bedacht, kostte het ruim een uur om het vliegtuig te de-icen! Het gevolg was dat ik in Zürich, waar ze dat soort problemen niet hadden, mijn aansluiting miste. Evenals trouwens mijn lekkere warme jack dat Ans op Schiphol mee terug had genomen om bagagegewicht te sparen. Het verlate toestel meerde namelijk niet af aan een pier: we stapten uit via de vliegtuigtrap en werden in de ijzige kou met een bus naar de terminal gebracht.

Daar waren 3 dames onverstoorbaar bezig met het omboeken van over de 100 reizigers. Na een dik uur in de rij was ik aan de beurt. Ze bleken een avondvlucht via Londen voor mij in petto te hebben. Eventueel kon er bij nader inzien gelukkig ook nog een iets eerdere vlucht van gemaakt worden. Om 14:00 uur kon ik zodoende op London Heathrow geduldig beginnen te wachten op het vliegtuig van BA, dat echter vertrok van Terminal 4, alleen te bereiken via een ijskoude busreis van ¼ uur, ook weer zonder mijn lekkere jack! Om 18:45 dus tenslotte op weg naar Dar es Salaam. Weliswaar geen tussenstop in Nairobi, maar toch te laat om mijn bus naar Njombe te halen: die vertrekt namelijk al ’s morgens om 06:00 uur. Een hele dag verlies en ook nog het voor mij gekochte buskaartje van 22.000 Tsh dat niet meer omgeruild kon worden. Dat begint goed allemaal!

Vrijdag 26 januari

Wonder boven wonder had mijn koffer ook het extra ommetje via Londen foutloos volbracht en ook Frank, die ik over mijn delay had gebeld stond keurig bij de airport op mij te wachten. Van Ester had ik intussen gehoord dat Walter voor business in Dar es Salaam was, dus de busreis naar Njombe kon ik samen met hem maken. Kunnen we misschien morgen onderweg alvast wat aan de manual werken?

Frank leverde mij af in het Royal Mirage Hotel, waar ik na een reis van bijna 30 uur, ruimschoots op tijd was om met Walter te ontbijten. Daarna even naar de bank om wat Euro’s te wisselen: sinds de vorige reis blijkt de koers gezakt te zijn naar € 0,64 per 1000 Tsh.

Terug in het hotel meteen de airco aan en even onder de koude douche: het is hier 37 gr. warmer dan bij mijn vertrek gisteren op Schiphol! En terwijl Walter nog wat formaliteiten in de stad had af te handelen kon ik proberen wat slaap in te halen. Hij was pas tegen de avond terug vanwege  allerlei ambtelijke troubles: als je hier iets te regelen hebt moet je over een enorme hoeveelheid geduld beschikken. Intussen was hij ook nog zijn GSM kwijtgeraakt, maar met behulp van een nieuw gekocht simkaartje en 5.000 Tsh beltegoed kon zijn mobieltje worden opgespoord. Hij had het laten liggen bij zijn broer die chemie doceert op de University in Dar. Die broer blijkt gestudeerd te hebben bij de KUN in Nijmegen, op de faculteit van zwager Carel van Os!

Na het avondeten in het hotel toch maar vroeg naar bed want Frank staat morgen om 5:00 uur weer voor de deur voor onze transfer naar het busstation.

Zaterdag 27 januari

Vroeg op dus en met de taxi naar het busstation waar we onze bus, ondanks het enorme gekrioel (om 5 uur ’s morgens!) redelijk snel konden vinden. Het inchequen, het inladen van de bagage en de kaartjescontrole duurde wat langer, maar het ontworstelen van de bus aan de drukte op het station kostte de chauffeur meer dan een ½ uur!

De reis van780 kmnaar Njombe was voor mij weliswaar niet nieuw, maar toch weer een bijzondere ervaring. Ook deze chauffeur hield er weer flink de vaart in, wat ook wel nodig is omdat het eindpunt van zijn rit in Songea is. Hij moet op één dag1050 km. overbruggen en dan de volgende dag dezelfde 2-baans weg weer terug! Kans om in slaap te vallen krijgt hij gelukkig niet, want hij moet ontelbaar keren in de remmen voor voortkruipende vracht- en tankwagens die hij toch telkens met goed gevolg weet in te halen. Ook de tegenliggers zijn voornamelijk tankwagens die hun petrol in Rwanda, Burundi, Zambia of Malawi hebben afgeleverd en nu leeg terugdenderen naar Dar voor een nieuwe lading.

In het Mikumipark dit keer geen giraffen gespot maar wel 2 olifanten die doodgemoedereerd rondbanjerden op zo’n100 mvan de asfaltweg! In het berggebied even verderop gingen de apen, die daar op de weg liepen, nauwelijks aan de kant om onze bus door te laten, maar de chauffeur tok zich daar niets van aan en scheurde onverminderd door.

Regelmatig politiecontroles natuurlijk en onderweg 3 keer op de weegbrug om te kijken of de asdruk nog steeds dezelfde was. Alles vanzelfsprekend gepaard met de inmiddels bekende Tanzaniaanse uitgebreide registratie. Bij elke stop werd de bus bestormd door de plaatselijke ambulante middenstand die alle mogelijke en onmogelijke koopwaar probeerde te slijten aan de reizigers. Voornamelijk voedingswaar, maar ook horloges, telefoonkaarten, potten en pannen, lederwaren, plastic emmers, mandjes, T-shirts, kinderkleding en wat al niet meer. Op de 3 sanitaire stops met hun geurige sanitaire inrichting, van hetzelfde laken een pak.

Dankzij de ARO-installatie[1] van de bus bleef het binnen redelijk koel. Het is wel te hopen dat ik er geen verkoudheid of stijve nek aan overhoud. Tijdens de enorme hoosbui vlak voor Makambako gingen gelukkig de meeste ramen dicht en hield de chauffeur de vaart er flink in.

Om 16:00 uur arriveerden we uiteindelijk in Njombe waar Ester Mgina ons met de pick-up stond op te wachten en een kwartiertje later was de bestemming bereikt. In huize Mgina. waar ik de komende weken zal verblijven, kwam ik op verhaal met een heerlijke grote mok koffie (de eerste vandaag!)  De kinderen zijn op een internaat en komen eens in de drie weken thuis, dus de cadeautjes voor Hendrik, Johan en Francisca kan ik pas volgend weekend uitdelen.

Na het avondeten om 21:00 uur onder de “wol” met de afspraak dat morgen een uitslaapdag is.

Zondag 28 januari

Lekker uitgeslapen dus en na het ontbijt wat aan dit verslag gewerkt, buiten in de zon, onder de parasol.  Totdat de heftige middagbui losbarstte. Dat gebeurt hier in de regentijd bijna dagelijks: ’s morgens mooi warm zomerweer en aan het eind van de middag een stortbui die soms na een uurtje weer over is.

Toen de bui wat afzakte met Walter en Ester aan de overkant van de hoofdweg de nieuwbouw van het SHIPO-office bekeken. Ze zijn gevorderd tot de “ringbeam” een betonbalk die net boven de kozijnen is gesitueerd en rondom het hele gebouw loopt om het geheel bij elkaar te houden en te voorkomen dat het metselwerk scheurt. De stenen worden hier in veldovens gebakken en zouden in Nederland allemaal direct worden afgekeurd, maar hier wordt er veel met de zachte stenen gebouwd: altijd nog een heel stuk degelijker dan de bouwstenen van gedroogde modder die her en der ook nog toegepast worden. De proef die SHIPO genomen heeft met geperste stenen, van plaatselijke grond, cement en kalk is jammerlijk mislukt. Ik ben daar niet rouwig om, want het gevoegde metselwerk van de geelrode baksteen zal er straks heel wat beter uitzien dan de grove grijze steenklompen.

Er zijn op de bouw nog wel een paar puntjes van aandacht gesignaleerd: de kozijnen zijn niet allemaal te lood en waterpas gesteld, wat straks problemen zal geven bij het afhangen van ramen en deuren. Eén muur is te hoog opgemetseld en nog zo wat van die puntjes. Morgen zullen we de bouwers proberen bij te sturen.

‘s Avonds  weer bijtijds naar bed.

Maandag 29 januari

Vanmorgen op kantoor kennis gemaakt met een hele rits nieuwe SHIPO medewerkers. Benny en Johan zijn vertrokken, Maria en Georgina zijn ziek en Tesco is overleden (28 jaar oud!). Ester heeft mij voorgesteld aan de hele crew en iets over het doel van mijn verblijf verteld. Vincent, Oygen en Sarah zijn oude bekenden. Sarah is zwanger en met Vincent en twee dames van het districtsbestuur zal ik vandaag naar Kisilo gaan waar een nieuwe Kindergarten (kleuterschool) officieel wordt geopend.

We werden daar rondgeleid door het gebouwtje waarin een nursery voor de allerkleinsten, twee leslokalen voor de kleuters, nog lang niet allemaal voorzien van hun schooluniformpje , een dokterskamer waar alle kinderen een maandelijkse medische controle krijgen, een keuken met houtoven waar iemand pap aan het koken was voor de kinderen, een docentenkamer en buiten een keurige choo (toiletgebouwtje). Het project is gefinancierd door Simavi en gebouwd onder leiding van SHIPO.

Daarna volgde een hele happening waarvoor alle dorpsbewoners, de vrouwen bijna allemaal op z’n zondags uitgedost  in één van de klaslokaaltjes waren verzameld. Samen met een stuk of 10 hotemetoten zat ik achter de voorzitterstafel waar wij beurtelings iets te berde mochten brengen. Omdat mijn Swahili nog ver onder de maat is, was ik snel klaar met een paar Engelse zinnetjes die Vincent voor mij vertaalde. Elke spreker werd bedankt met een passend applaus en na afloop gingen we naar buiten om de speeltuin officieel in gebruik te nemen. In opdracht van SHIPO had een smederij namelijk drie heel mooie, goed werkende (maar voor de peuters levensgevaarlijke!) speeltoestellen geproduceerd. De draaimolen  en de wip  waren veel te hoog voor de kleintjes en het klimrek had een paar lelijke scherpe uitsteeksels. Maar na even proberen genoot een deel van de kinderen toch wel van de unieke apparaten. SHIPO zal op heel korte termijn de gebreken op laten lossen.

Vervolgens een soort boomplantdag. De districtsbestuurders hadden een kistje met plantjes en zeer jonge, 20 cmhoge, boompjes meegenomen en zij deden voor hoe die geplant moeten worden. Het soort kan 2 tot3 meter hoog worden en groeit horizontaal uit, als een soort parasol, zodat de kleintjes daaronder (over een paar jaar) beschutting kunnen vinden tegen de felle zon.

Tijdens de terugweg had Vincent weer al zijn stuurmanskunst nodig om onze auto tussen en over alle hobbels en kuilen door te manoeuvreren. En helemaal toen er een tropische bui losbarstte: op sommige plekken leek de “weg” waarover we reden meer op een rivier die kolkend haar weg zocht. Maar toch bereikten na zo’n 1½ uur weer ons droge kantoor waar ik nog even aan dit verslag kon werken.

Op de terugweg naar huis even langs de bouwsite en daar intensief overlegd met opdrachtgevers, opzichter en contractor welke aanpassingen konden en moesten worden uitgevoerd. De wat ingewikkelder problemen moet ik morgen op kantoor uitwerken, want daar zijn wat schetsjes voor nodig.

Na het avondeten brak er weer een gigantische regenbui los, als om even te demonstreren wat hier de regentijd inhoudt: daar zijn de buitjes van de laatste tijd in mijn thuisland motregentjes bij: het water komt hier echt met bakken uit de lucht. Ik hoop niet dat dit de komende 4 weken zo doorgaat!

Dinsdag 30 januari

Vandaag de hele dag gereserveerd voor de nieuwbouw. Maar eerst het verslag naar Heiloo gestuurd en 5 minuten later had ik Ans al aan de telefoon. Niet omdat ze de mail had ontvangen, maar toevallig: ze wilde gewoon even mijn stem horen!

Met fieldworker Olotu, die eigenlijk fulltime met de bouw van het nieuwe kantoor is belast, de dakplaten berekend zodat Ester het juiste aantal kan bestellen. Daarna het storten van de ringbeam bekeken. Alle begin is moeilijk: het beton loopt aan alle kanten uit de bekisting! Maar na een paar aanpassingen gaat het al snel een stuk beter. Het zit er wel in dat beam van de fieldworkersvleugel vandaag af komt. Dat moet ook wel met een stortploeg van 27 man! Bijna alles gaat met de hand: natuurlijk geen bouwkraan en zelfs kruiwagens worden niet gebruikt: alle cement zand, grind en beton wordt in emmers versjouwd! Er is 1 betonmolen in gebruik maar, niet te geloven, wel een echte elektrische trilnaald! Het gisteren afgekeurde grote kozijn is uitgehakt en vervangen.

Aan het eind van de middag een plan opgezet voor de elektrische installatie, zodat ze kunnen beginnen met het inhakken van buizen en dozen voor het schakelmateriaal.

Woensdag 31 januari

Vandaag met Olotu de elektrische installatie doorgenomen en een bestellijst opgesteld.

Ook de bestelling van het hout voor de verdiepingsbalklaag moest worden teruggedraaid, de Tanzaniaanse architect, die mijn tekeningen heeft overgetrokken, had niet alles goed begrepen. Waarschijnlijk omdat ze hier zelden of nooit met houten verdiepingsvloeren werken.

’s Middags nog even de bouw geïnspecteerd en het maken van een afdekplaat voor een choo bijgewoond. Shipo heeft uit Nederland geld gekregen voor het opzetten van een project dat erin voorziet dat in zo’n 50 dorpen alle gezinnen een hygiënische toiletvoorziening  krijgen. De dorpelingen dienen daarvoor per gezin zelf een put in de grond te maken Shipo gaat 5 groepen vaklieden instrueren hoe zij voor hun dorpsgenoten zo goedkoop mogelijk een gewapend betonnen dekplaat kunnen maken, die het gat goed en veilig kan afdekken. Als de put na een aantal jaren vol is moet de dekplaat verplaatst kunnen worden naar een nieuw gat, enkele meters verderop. De gebruikers kunnen naar eigen inzicht een huisje van steen of van hout, of simpelweg een schuttinkje om hun toiletvoorziening plaatsen.

De betonplaat is rond zodat hij verrold kan worden, de diameter is 130 cmen er zit een rechthoekig gat van ongeveer 10 x 20 cmin het midden, met een opstaande rand om ook de urine naar het gat af te voeren. De plaat is bolvormig zodat er geen wapening nodig is. Maar om breuk bij transport te voorkomen wordt voor alle zekerheid toch wat lichte wapening in het beton opgenomen. Deze 3e versie heeft echter, halverwege het middelpunt en de rand, een groef met een aantal afvoergaatjes waardoor eerder genoemd vocht ook in de put eronder terecht kan komen en de nabije omgeving van de choo dus netjes droog blijft.

Het is erg moeilijk om de makers van de betonplaat zover te krijgen dat ze de wapening niet te dicht bij de betonranden laten komen teneinde betonrot te voorkomen. Ook kunnen ze heel moeilijk het geduld opbrengen om de betonplaat gedurende het verhardingsproces van 28 dagen met rust te laten.

’s Avonds met Walter dat deel van de manual doorgenomen dat we vrijdag met de fieldworkers willen bespreken.

Daarna nog een concept gemaakt voor een toespraakje dat ik morgen mogelijk zal moeten houden, als ik met Michael Mapunda een vergadering in Malombwe gaan bezoeken.

Donderdag 1 februari

Ook Walter gaat bij nader inzien mee naar Malombwe. Ongeveer 50 kmrichting Dar es Salaam, vlak voor Makambako, ligt pal aan de hoofdweg Lyamkena met een enorme primary school: 926 kinderen! We pikken daar de chairman van Lyamkena op en gaan naar de wijk Malombwe. Daar staan her en der wat armoedige hutjes temidden van een boeiende ruige natuur.

Op het bouwterrein is het een drukte van belang. Er zijn 17 bouwvakkers aan het werk, inclusief de door SHIPO als werkleider aangestelde mason (metselaar). Een paar metselaars zijn bezig met het maken van de fundering voor het teachershouse en de rest zorgt voor het opperwerk: bereiden van de mortel, waarvan erg veel nodig is omdat de fundering gemaakt wordt van zeer grote granieten keien die met de hand door twee man in de gegraven sleuven worden gemanoeuvreerd. Een zwaar werk, sommige van de rotsblokken wegen meer dan 100 kg. De grootste openingen worden opgevuld met kleinere keien die ter plaatse met een moker (waar af en toe de kop van af vliegt!) van de grote granietblokken worden gehakt. Ook de brokken graniet vliegen in het rond, dus het is verstandig om de twee hakkers goed in de gaten te houden en op veilige afstand te blijven. De aanvoer van de granietblokken gaat met een soort grote sulky, gemaakt op een oude achteras. De bodem begeeft het regelmatig, maar dat is geen probleem: één van de vrachtrijders gaat met zijn machete (kapmes) het struikgewas in en komt even later terug met een paar dunne boomstammetjes waarmee de vloer van de kar weer “hersteld “ wordt. Ook over het schoeisel wordt niet moeilijk gedaan: de meeste dorpelingen zijn blootsvoets en een enkeling draagt badslippers, over veiligheid gesproken! De aanvoer van water voor de mortel geschiedt door een drietal vrouwen, waarvan er één behalve een emmer met ruim 10 liter water los op het hoofd, ook nog een peuter in een kleurige draagdoek op de rug draagt.

Als deze fundering klaar is, in de loop van de volgende week, gaan de bouwvakkers door met de fundering van de eerste vleugel van het lesgebouw. Dat is uitgemeten in het terrein en voor één van de gevels is de fundering uitgegraven. Als die fundatie klaar is, is die van de onderwijzerswoning voldoende uitgehard om daar met de muren te beginnen. Vervolgens stapt men weer over naar het schoolgebouw. En zo heeft Mapunda de hele bouw trapsgewijs ingepland.

In deze eerste vleugel komen 2 leslokalen, één voor klas 1 en 2 en één voor klas 3. De klassen 1 en 2 kunnen in één leslokaal omdat die afwisselend ’s morgens en ’s middags op school komen.

Als dit gebouwdeel en de teacherswoning klaar zijn, worden ze zo snel mogelijk in gebruik genomen om de school in Lyamkena te ontlasten en om de kinderen niet langer dan nodig de4 kmheen en weer te laten lopen van en naar school.

Na dit werkbezoek terug naar Lyamkena waar zich intussen rond het “gemeentehuis” steeds meer dorpelingen verzameld hebben in afwachting van de vergadering. Ik moest aan de bestuurstafel komen zitten, samen met Walter, Mapunda en Rodrick Daudi Mpika, de chairman van het dorp. Iedereen hield een praatje, dus ik had mijn tekst gelukkig niet voor niets voorbereid:

Jina langu ni Ton.

Natokea uholanzi sisemi Kiswahili, but mr. Mgina will translate I hope!

I am 67 years old and I am an architect with an office in theNetherlands.

I will tell why I am with you in Lyamkena.

It is my second visit toTanzaniaand I love your country very much.

The purpose of my visits is, to make a manual that the Tanzanians can help by building their schools.

After my first visit 1½ year ago, I told to my friends inHollandabout my experiences and the difficult situation of the education in your country.

One of them, who is called Joke Cops, and is a widow since some years, had the request of her late husband to destine a big part of his inheritance for the education inAfrica.

So she gave me half of the costs for building a new school somewhere inTanzania.

And because you in Malombwe are in extreme want of a school for your children, Ester Mgina of Shipo asked me for destine this money for your school.

The other half of the costs is donated by the Dutch Government under the strict condition that the building of the school is ready before summer next year!

If not, I have to give back that part of the money and we cannot finish the school.

So I hope you will work very hard in a good cooperation with Shipo to fix the job on time.

And finally I have to tell, on behalf of Joke Cops, that she is very honored that you decided to name the school to her late husband Christiaan Stiemer.

Christiaan is his Christian name and Stiemer is his family name.

I brought a picture of him to give to you, so that you can see how he looks like.

I wonder who will take care of  the picture until the opening of the school.

If you allow and if possible, Joke Cops will join me at this opening event next year.

 So good luck with the building work and TUTAONANA !

Er werd soms heel heftig gediscussieerd waar ik natuurlijk niets van begreep, maar toch was het wel leuk om er bij te zijn. Er werd onder meer, door handopsteken, eenparig besloten dat Shipo ook verder de oprichting van de nieuwe school zou begeleiden, waarna Mapunda uitgebreid de planning voor de komende drie maanden op het schoolbord liet verschijnen.

Voordat we terug naar kantoor gingen nog even een bezoek gebracht aan de school waar “onze” kinderen nu nog op zitten. Er blijk echt sprake te zijn van overbevolking: in klas 7 bijvoorbeeld zaten 90 kinderen, terwijl het hier maximum toelaatbare van 45 naar onze maatstaven al ver boven de grens is. Alle bankjes zaten propvol en de kinderen die geen zitplek hadden moesten de lessen achter in de klas staande volgen.

Op kantoor en later thuis aan dit verslag gewerkt en de foto’s overgezet op de laptop: er is al één geheugenkaartje vol. We, Walter en ik, want Ester is even naar Dar es Salaam heen en weer, aten ugali met groente en avocado. Ugali is een soort stopverf, gemaakt van maïsmeel. Je pakt met de handen een kluit ugali, kneedt er een soort lepeltje van en schept daarmee de groente en avocado op. Vervolgens het lepeltje met inhoud en al naar binnen werken en weer aan het boetseren voor de volgende hap. Ik heb mijn best gedaan, maar het wil nog niet erg lukken.

Later nog geprobeerd wat orde te scheppen in mijn laptop; het begint namelijk een behoorlijke puinzooi te worden met bestanden die op de laptop en/of op de USB stick staan.

Vrijdag 2 februari

Op vrijdag houd Shipo altijd een plenaire planningsvergadering. Daarna is de workshop gepland. Een en ander liep echter flink uit de hand omdat zowel de stroom als de telefoonverbinding weer eens uitviel. Meestal is dat maar voor een korte periode, maar vandaag heeft dat tot ver in de middag geduurd en telefoneren was de hele dag niet meer mogelijk. Zelf elektriciteit opwekken met de generator kon ook niet omdat die op de bouw staat te draaien om de trilnaald van stroom te voorzien.

Omdat er geen telefoon was kon ik helaas ook niet mijn reisverslag naar het thuisfront mailen, dus Ans zal het nog maar een dagje met sms’jes moeten doen.

Pas rond de middag kon ik met de workshop starten maar niettemin is dat toch goed verlopen.

De fieldworkers hadden hun huiswerk goed gemaakt en we zijn weer een lekker stuk opgeschoten. Walter moest halverwege afhaken om Ester, op de terugweg van Dar es Salaam, en de kinderen van het internaat op te halen. De hoofdstukken 1 t/m 5 zijn nu af en in het weekend kan ik beginnen met het uitwerken van de aanpassingen.

Tegen de avond kwam Walter terug met z’n hele gezin en zijn we naar huis gegaan. Heel leuk om de kinderen, Hendrik, Johan en Francisca weer te zien. Zij vonden het ook fijn, vooral toen de cadeautjes tevoorschijn kwamen. Met name de Donald Duck’s (uit 1987, van Tamar!) werden met enorm enthousiasme ontvangen. Dus als er iemand nog oude jaargangen heeft liggen . . .

Nadat de kids naar bed waren hebben we nog maar even werkoverleg gevoerd over de nieuwbouw. Er is heel veel uit te zoeken, af te spreken en voor te bereiden. Maar toen Ester in slaap dreigde te vallen zijn we maar gestopt!

Zaterdag 3 februari

Ik mocht uitslapen tot 8 uur, maar mijn biologische klok heeft zich kennelijk al helemaal aan de routine hier aangepast: keurig werd ik even voor half zeven wakker. Na het ontbijt heb ik Hendrik leren Free cellen en heeft hij mij Pin ball geleerd. Ook heeft hij een Sudoku-programma op mijn laptop gezet. Dus als ik mij de komende periode zou vervelen . . .

Onderweg naar kantoor nog even ge-opzichterd op de bouw. Ze werken hier op zaterdag gewoon op volle kracht door. Er hoefde niet corrigerend te worden opgetreden en dus konden we door naar kantoor. Terwijl Ester in de stad boodschappen gaat doen probeer ik of de telefoon weer werkt, zodat er gemaild kan worden.

Het mailen lukte inderdaad zelfs met een foto erbij, maar dat duurde wel erg lang. De rest van het beeldmateriaal zal ik dus maar niet per mail versturen.

’s Middags thuis nog een tijdje aan de manual gewerkt en na het eten werkoverleg met de principalen Ester en Walter over details van de bouw.

’s Avonds toch weer te laat naar bed: de Mis begint morgen al om 08:00 uur!

Zondag 4 februari.

Gewoon om 06:30 op dus! Net als vorige keer: een stampvolle kerk met 2 grote zangkoren en verschillende groepjes kleuters die rond het altaar ritmisch meedansen met de muziek van een trom en een soort afgesloten dienblad gevuld met zaden dat wordt heen en weer geschud en daardoor  klinkt als een rasp over een wasbord.

Van de pastor kon ik natuurlijk niets volgen, maar de parochianen reageerden heel enthousiast op hem. Voor de collectes gaat bijna iedereen, net als voor de Communie-uitreiking, naar voren waar een 8-tal vrouwen staat opgesteld met mandjes voor de verschillende doeleinden. Ik ging als een van de laatsten en zag dat de mandjes niet bijster gevuld waren. Ook bij de tweede collecte, voor het levensonderhoud van de pastor, ging iedereen weer langs een mandje om er al dan niet een bedrag(je) in te deponeren.

Het is weer een hele gewaarwording, het enthousiasme waarmee bijna iedereen meedoet met de viering. Ze zingen en dansen onder handgeklap met de muziek mee en af en toe klinkt er ergens uit de kerk een luide yell van een of ander vrouwspersoon. Tussen dit alles door lopen er steeds mensen de kerk in en uit en ook de  peuters die met moeder mee zijn gekomen scharrelen gedurende de Mis overal rond. Buiten de kerk staat ook nog een flink aantal gelovigen de dienst te volgen.

Na afloop wordt er buiten nog even nagezongen en gepraat en om een uur of 10 is alles afgelopen en gaan we thuis koffie drinken, lekker buiten in het zonnetje (123, 127). Maar al gauw begon het weer te regenen, en niet zo zuinig ook! Het werd niet meer droog en dus de rest van de dag maar besteed aan het uittekenen van de wapening voor een lastige betonbalk in de nieuwbouw.

Maandag 5 februari

Met Vincent naar Iwungilo, de school waar ik vorig jaar tot “Father of the new school” werd benoemd. Het schoolmaaltijdenproject is schijnbaar ter ziele. Min of meer letterlijk, want het commissielid, dat daar de grote promotor van was, is onlangs overleden. Niemand wil hem opvolgen want de medicijnman van het dorp zegt dat de goede man is gestorven omdat hij zich zo heeft uitgesloofd voor de school! Van de voorraad maïs in de keuken is nog een maar een klein beetje over en als dat op is, is het einde verhaal.

De school heeft intussen 567 leerlingen, verdeeld over 7 leerjaren en 8 leslokalen. De klassen 1 en 2 zijn dubbel en hebben maar halve dagen les, zodat er dus  gemiddeld 63 kinderen in een klas zitten! Ook hier is dus weer behoefte aan een nieuwe school.

Intussen heeft Shipo wel een 3e leraarswoning bij de school gebouwd. Die oogt een heel stuk beter dan de 1e woning, die overigens nog gewoon in gebruik is. Wij hebben nu de ramen en deuren, alsmede een timmerman, mee om de woning bewoonbaar te maken. Die timmerman gaat over drie dagen weer terug: op zijn fiets,40 km, waarvan ongeveer de helft over onverharde landweggetjes! We hopen dat hij dan klaar is met de klus. Ook de keuken, de badkamer en de WC moeten nog afgewerkt worden, maar het wachten is op het cement dat op onverklaarbare wijze is verdwenen.

Inmiddels regent het al een flink tijdje en de “wegen” zijn spekglad vanwege de vette modder. Vincent heeft een omweg gekozen omdat de normale route 2 riskante rivierpassages kent.

Op de terugweg doen we Njoomlole aan om een paar dorpelingen te interviewen en om de vacuümpompjes, die ik uit Nederland heb meegebracht af te leveren. Dit dorp fungeert namelijk als proefgebied om te kijken of een nieuw waterproject van Shipo aanslaat. Zo’n 50 gezinnen hebben tegen een heel kleine vergoeding een waterfilter gekregen. Het filter bestaat uit een cilinder van keramisch materiaal en  vult een plastic pot, ongeveer zo groot als een jampot, vrijwel geheel. De pot wordt in een emmer met water gezet en een slangetje, dat boven uit de deksel komt, hangt over de rand van de emmer en mondt uit in een lager staande emmer. Beide emmers zijn afgedekt met een plastic deksel waarin een klein gaatje voor het slangetje. Halverwege het slangetje hoort een rubber vacuümpompje te zitten, waarmee het water, door er een paar keer in te knijpen, kan worden aangezogen. Bij de eerste proefpersoon werkte het filter niet meer. Het bleek dat de gebruikster er steeds te vuil water in had gegooid. Het keramische filter was dus dichtgeslibd en moest worden schoongeborsteld. De vrouw kreeg het advies om het water voor de bovenste emmer, dat ze uit de rivier beneden in het dal haalt, eerst te laten bezinken en dan door een doek te gieten om het ergste vuil op te vangen. Pas daarna mag het door het filter om in de lage emmer als zuiver bacterievrij water terecht te komen. De tweede proefpersoon, toevallig het loco-dorpshoofd, was heel positief over het project. Zij was erg blij met de vacuümpompjes die ik mee had, zij hoefde het water dus voortaan niet meer zelf met de mond aan te zuigen. Zij hoopte ook met de komende oogst voldoende geld over te houden om een touwpomp te laten installeren, zodat ze niet meer steeds naar de rivier hoeft te lopen.

Pas tegen 17:00 waren we weer op kantoor, nat en min of meer geradbraakt door de hobbels en kuilen in de “wegen” en bovendien met knorrende magen, want mijn lunchpakketje was op kantoor achtergebleven!

’s Avonds nog een tekening gemaakt voor een paar poortjes die ze morgen in het nieuwe Shipo Office willen gaan metselen.

Dinsdag 6 februari

Kantoordag vandaag. Gelukkig maar want het heeft weer enorm gehoosd, de weg voor de deur verandert dan in een kolkende stroom water waar de kinderen van de school aan de overkant rustig op hun sandaaltjes en slippers doorheen lopen. Regenkleding hebben ze ook niet: de tot op de draad versleten uniformtruitjes zijn dan ook een groot deel van de dag drijfnat.

Tijdens de koffie vertelde Ester over het plastic tanden project. In een aantal dorpen in de buurt waren peuters overleden aan de gevolgen van een door de plaatselijke “dokter” uitgevoerde operatie. Hij had sommige moeders verteld dat hun peuters plastic tanden kregen. Als ze veel last kregen bij het doorkomen van de eerste tandjes moesten die verwijderd worden. Dat deed hij door er heel hard over te wrijven met een agressief kruidenmengsel en als dat niet lukte moesten ze er uitgesneden worden. Kassa voor hem, maar arme kinderen! De gevolgen waren voor de stakkers vreselijk: ontstekingen in de mondjes en zelfs enkele sterfgevallen. Bij het districtsbestuur was hier niets over bekend en toen Shipo er van hoorde zijn die begonnen om de ouders ervan te overtuigen dat die dokter de kluit bedonderd.

Woensdag 7 februari

Vandaag met Walter en Mapunda naar Madilu in de provincie Ludewa. Een primary school gefinancierd door de Stichting Ludewa, waarvan Ester’s vader, Henny van Vugt (†), de fund-raiser is. Een reis van120 km. naar het zuiden, grotendeels over onverharde wegen. Eerst “hoofdwegen” die erg rond geprofileerd zijn, zodat het vele regenwater er zijdelings af kan lopen. Helaas worden ze door het vrachtverkeer zo aan gort gereden dat je er steeds af dreigt te glijden naar de zijkant. Walter had er met de 4WD echter geen problemen mee. Wel lastig waren de passages waar gestrande vrachtwagens soms dwars over de weg stonden, meestal met een heel leger helpers erbij die bezig waren om de vehikels weer in het rechte spoor te krijgen. Het laatste stuk ging over smalle paadjes, ook weer her en der behoorlijk stuk gereden. Al met al kostte het ruim 3 uur om ons doel te bereiken.

Mwanga is het hoofddorp waar Madilu onder valt. Daar staat ook de grote parochiekerk waar Walter en Ester zijn getrouwd. Mwanga is namelijk Walters geboortedorp en we bezochten er dus natuurlijk ook even een paar familieleden van hem.

Van de nieuwe school waren 2 vleugels in aanbouw. De school komt op een helling, en wordt daarom trapsgewijs opgezet en heeft een geweldig uitzicht over het dal. Er is erg veel grondwerk te verrichten en dat gaat allemaal met de hand. Een gat van 2×10 meter en bijna 4 meter diep voor de choo bijvoorbeeld, kost weken werk. Een kruiwagen heb ik ook hier niet gezien: er wordt een oude cementzak op de grond gelegd, iemand schept er wat grond op en 2 vrouwen dragen de zak, net als een paar kaasdragers, aan de 4 punten naar de stortplaats. De muren zijn “gemetseld” met moddermortel maar ze worden heel netjes afgevoegd met cementmortel. Het steigerwerk zou bij ons toch wel moeite hebben door de keuring van de arbeidsinspectie te komen. Gelukkig bestaat hier niet zo’n instelling, maar toch vraag je je af wat de gevolgen zijn als er ongelukken mee zouden gebeuren: wie is er dan aansprakelijk?

Ons bezoek duurde maar kort, want Walter vreesde toch wel voor de vaste regenbui in de namiddag. In een dorpscafé op de terugweg dronken we vlug een cola en aten ons broodje op. Helaas was mijn fototoestel bij het wisselen van het geheugenkaartje op onverklaarbare wijze enigszins ontregeld, zodat ik het fraaie interieur van de uitspanning niet kon vastleggen. Een ruimte van 2 x 3½ m. gemeubileerd met een oude bank, twee stoelen en een salontafeltje, afgescheiden van de aanpalende winkelruimte door een wandje van hardboardplaten die op enigszins rechte boomtakken waren gespijkerd. In de hoek een afgescheiden hok van 1×1 m² opgetrokken van kippengaas en planken van oude pallets. Het hout was behangen met kastplankenpapier. In het hok was de drankvoorraad opgeslagen alsmede een aftandse cassetterecorder die loeiharde muziek door de piepkleine gelachkamer schalde.

De verdere terugreis verliep voorspoedig. Alle gestrande vrachtwagens van de heenweg waren kennelijk weer vlotgetrokken en we waren dus zo vroeg terug dat ik thuis nog een paar uur aan het handboek kon werken.

Ook met Ester nog een tijdje aan een spreadsheet gewerkt die ik eerder had ontworpen. Shipo is namelijk al meer dan een jaar achter met de voorraadadministratie en we willen kijken of dat op een eenvoudiger manier kan worden opgezet.

Donderdag 8 februari

Vandaag wordt weer een kantoordag met werkzaamheden aan de manual, rubriceren van de tot nu toe gemaakte foto’s en voorbereiden van de workshop morgen. En dankzij de laptop kan er ook ’s avonds thuis gewoon doorgewerkt worden. Samen met Ester zit ik aan de ronde wiebeltafel in de eetkeuken te computeren. We proberen de administratie van de voorraad, die gedeeltelijk in het kantoor van Maria wordt opgeslagen, (253) opnieuw op te zetten en dat lijkt aardig te lukken. Ook moeten mijn vele foto’s ordelijk worden opgeborgen op de harde schijf, en ook heb ik nog tijd om de ingewikkelde spanten voor het Shipo Office uit te werken. Al met al werd het toch weer middernacht voordat ik er in lag. Niet eens tijd om het mailtje van Ans even te beantwoorden: foei!

Vrijdag 9 februari

Eerst even naar de bouw om wat foto’s te maken van bouwfouten die er gemaakt zijn: grindnesten in het beton, kozijnen zonder schoren, inbraakwering in bovenlichten van binnenkozijnen, metselwerk dat niet is uitgekrabd.

Ook testen we even de ronde betonnen slab uit die 4 weken geleden gestort is. Hij wordt op z’n kant gezet en naar een iets kleiner rond gat in de grond gerold. We laten hem er over heen vallen en drie man gaan er voorzichtig op staan. De plaat blijft heel, zelfs als we er vervolgens met z’n vieren op staan te springen. De test is geslaagd: we zakken er niet door! Het is de bedoeling om een zo eenvoudig en goedkoop mogelijke constructie voor een latrinegelegenheid te bedenken. Later door Shipo op te leiden metselaars moeten die dan in afgelegen dorpen voor de inwoners kunnen maken met een minimum aan materialen. In een voorlichtingsproject wordt dan geprobeerd om zoveel mogelijk mensen ervan te doordringen dat een goede sanitaire voorziening en een verantwoord gebruik daarvan, het aantal ziektegevallen, gepaard gaande met diarree, spectaculair terug kan brengen. De slab die we vorige week hebben gestort op 1 februari is ongeveer 5 cm dik en kost maar 2/3 zak cement, 10,6 m’ dun betonijzer en 1 kg ijzerdraad! De plaat moet sterk genoeg zijn om over het gat te liggen, maar vooral ook om, als het gat na een of meer jaren vol is, verrold te kunnen worden naar een volgend gat. Het oude gat wordt dan afgedekt met wat grond en er wordt een vruchtboom op geplant zodat het menselijk afvalproduct indirect weer in de voedselketen wordt opgenomen.

De foto’s die ik op de bouw gemaakt heb, gebruik ik bij de workshop later op kantoor Hier loopt echter alles in het honderd omdat er, onaangekondigd, een hele delegatie arriveert van een of andere organisatie uit de hoofdstad. Het schijnt een club te zijn die een NGO zoekt om een groot project uit te voeren. Dat wordt dus een paar uur praten; de workshop wordt uitgesteld en ook de planningsvergadering begint zo laat dat we het kantoor pas na 19:00 uur kunnen afsluiten! Helemaal afgedraaid komen we thuis en gaan nu eindelijk eens een keer echt vroeg naar bed.

Zaterdag 10 februari.

Uitgeslapen! (tot 8 uur) Op de bouw zijn ze nu bezig met de mallen voor een paar boogjes die in de centrale hal gemetseld moeten worden. Het is ze al 3 keer uitgelegd en de timmerman beschikt over een duidelijke tekening, maar op de een of andere manier komt het toch niet goed over. Twee zijn er al geplaatst: die kunnen dus worden gesloopt. De derde is in de maak en gelukkig spreekt een van de bouwvakkers, een zekere Benjamin, redelijk Engels, dus via hem kan ik aan de timmerman en de uitvoerder uitleggen wat de bedoeling is. Gezamenlijk tekenen we uit op een plank hoe die in een ronding moet worden afgezaagd. Als ik een uur later terug kom is dat eindelijk oké. Na weer een uitgebreide uitleg kan hij de mal af gaan maken. We spreken af dat een en ander om half vier klaar zal zijn. Dat lukte inderdaad en gezamenlijk brengen we de mal in het werk op de juiste positie.

Zondag 11 februari

Voor het ontbijt even op een rijtje gezet wat er de komende (en laatste!) week nog gedaan moet worden. Dat blijkt nog best de moeite.

De eerste opzet van de bouwplanning voor het nieuwe office geeft aan dat de opening op 24 juli plaats zal vinden, maar of dat gaat lukken . . . . . ? Ook de houtspecificatie voor het dak heb ik vandaag nog kunnen maken.

In de loop van de middag arriveerden Chris en Klaas, twee studenten die een Shipo-project over housekeeping gaan implementeren. Een paar maanden geleden is er door Shipo een inventarisatie gedaan over de manier van huishouden in het gemiddelde gezin in deze regio. De resultaten staan in een spreadsheet en worden nu door de studenten verwerkt in een of ander computerprogramma zodat er in de toekomst van tijd tot tijd gemeten kan worden of het ontwikkelingswerk hier verbeteringen teweeg brengt.

Maandag 12 februari

Hele dag gewerkt aan de detaillering van de dakconstructie voor het Shipokantoor. Na het maken van een materiaalstaat samen met Olotu naar de houtzagerij om te kijken wat de mogelijkheden zijn. De saw mill manager bleek een Europeaan te zijn en ik kon wel Nederlands tegen hem praten, zei de Delftenaar! Dat was dus lekker gemakkelijk.

Toen we het over zijn en mijn werkzaamheden hadden bleek dat hij maar tijdelijk op deze houtzagerij in Njombe zat.  Binnenkort moet hij naar een teakplantage ergens in de buurt va het Mikumi-wildreservaat. Ze gaan daar een nieuwe zagerij opzetten en hij nodigde mij uit om, op kosten van African Forests, een bezoek aan die site te brengen. Als tegenprestatie wil hij dan wat adviezen over het ontwerp van de zagerij. De financiering van mijn volgende reis is zodoende dus bijna voor elkaar!

Terug op kantoor en later ’s avonds thuis verder aan de bestellijst en de detaillering gewerkt

Om 01:45 was alles onder controle!

Dinsdag 13 februari

De dakdetails doorgenomen met Olotu. Met ingang van de volgende week zal hij het alleen moeten klaren, dus ik hoop dat alles hem een beetje duidelijk is. De metselwerkbogen in de central hall van Shipo zijn  eindelijk klaar en heel acceptabel. Beide metselaars zijn apetrots op hun werk. Ik leer zo langzamerhand wel dat je de lat hier een heel stuk lager moet leggen dan we in Nederland gewend zijn. Morgen even naar Kisangani om te kijken of ze daar wat gereedschap kunnen maken om het hak- en voegwerk mee uit te kunnen voeren.

Aan het eind van de middag waren ze een partij vloerenhout aan het afladen op de site. Verkeerd dus, die had naar de schaverij gemoeten en de vloerbalken, die ze daar naar toe wilden brengen, hadden we op de bouw moeten hebben!

‘s Avonds thuis na het eten ging het licht weer eens uit. Dat gebeurt om de haverklap, maar meestal is dat maar voor een kort tijdje. Nu duurde het echter zo lang dat we om een uur of  ½ 10 maar besloten om naar bed te gaan. Het had nogal hard gewaaid, dus er zal wel ergens een elektriciteitspaal zijn gesneuveld.

Woensdag 14 februari

Met Walter, Chris en Klaas naar Wikichi voor het bekijken van een hydram pomp. Ergens in een riviertje is daar een dam gebouwd. Hier wordt water opgenomen dat via twee buizen naar een 2 m lager en 200 m verder gelegen opvangreservoir wordt gevoerd. Van daar gaat het water door een dikke buis16 m naar beneden en door de hoge druk die daardoor wordt opgebouwd, wordt daar in de hydrampomp een membraan bediend dat ongeveer 75% van de waterhoeveelheid, ook weer via een buis, opstuwt naar een bijna 90 m hoger gelegen waterbassin van 5.500 liter. Hier vandaan loopt een waterleiding naar en door het dorp Wikichi. Om de400 m zit er een tappunt in de leiding waaruit de dorpsbewoners water kunnen tappen. De pomp was nu buiten werking omdat er boven in het dorp genoeg water was gevallen de afgelopen dagen. De installatie verzorgt de waterlevering aan circa 2600 dorpelingen en heeft ongeveer € 45.000,- gekost.

In de hydram pomp zitten 2 rubberen membranen die uit Engeland moeten komen en nogal aan slijtage onderhevig zijn. Deze onderdelen zijn erg kostbaar, vooral door de hoge inklaringskosten. Bovendien zijn ze erg moeilijk te krijgen. Het vorig jaar door mij bij Eriks in Alkmaar geregelde proefexemplaar paste wel, maar bleek toch van te zacht materiaal te zijn gemaakt, het moet meer weerstand kunnen bieden aan de waterdruk. Terug in Nederland maar eens kijken of ze bij Eriks ook harder rubber hebben!

Op de terugweg hebben we een bezoek gebracht aan een nieuwe middelbare school, de “Shule ya sekondari  Maheve”. Ik wilde wel eens weten wat voor equipment ze daar hebben voor het geven van de schei- en natuurkundelessen. Daar waren we snel mee klaar: het hele arsenaal zat in één kartonnen doos die ergens in een hoek op de grond stond. Het natuurkundelokaal werd dan ook niet gebruikt. Deze situatie vormt geen uitzondering. Alleen op de particuliere middelbare scholen is meer lesmateriaal aanwezig, maar het schoolgeld van zo’n 5 tot 800.000 Tsh/jaar is voor de meeste ouders niet op te brengen. De 300 leerlingen hier in Maheve waren verdeeld over 4 klassen, weer een flink gemiddelde dus. Laten we hopen dat de acties die het Kennemer College gaat houden zo succesvol zijn dat we deze school aan wat extra spullen kunnen helpen!

Terug in Njombe een paar keer naar het bouwproject geweest om te assisteren bij het maken van de opgebogen wapening voor een zware betonbalk die volgende week gestort gaat worden. Ook werd gedemonstreerd hoe ze een paar maanden geleden de interlocking stenen hebben gemaakt. Dat experiment was helaas weinig succesvol zodat ze het kantoorgebouw toch maar met traditioneel gebakken stenen aan het optrekken zijn. Wat mij betreft oké, want het bouwsysteem met die stenen is wel slim, maar een fraaie gevel krijg je er beslist niet mee. De stenen worden los gestapeld en grijpen met een soort nokken in elkaar. Het voordeel is dat ze gemaakt kunnen worden van plaatselijke grond en een beetje cement + kalk, maar het is kennelijk nogal lastig om daar de juiste verhouding van te kunnen kiezen. Ik neem dan ook een monster mee naar Nederland; misschien kan iemand mij er daar wat over leren. Een groot pluspunt daarentegen is, dat deze stenen niet gebakken hoeven te worden, wat een belangrijke bijdrage levert in de strijd tegen de ontbossing. Dat gaat hier in een verontrustend tempo: overal zie je vrouwen lopen met bossen hout op hun hoofd, op weg naar de oven thuis. Als je hier ergens hout voor nodig hebt, voor het stoken, het maken van gereedschap, om een hutje te bouwen of een terrein te omheinen, ga je gewoon het schaarse bos in en hakt om wat je nodig hebt. Ook zie je overal mannen op de fiets rijden met enorme zakken houtskool achterop: brandstof voor de kleine houtskoolkacheltjes die thuis worden gestookt, gewoon midden in de kamer, zonder schoorsteen!

Bij de Kisangani Smith Group, een NGO hier in de buurt, heb ik nog even een opdrachtje geplaatst voor het maken van wat gereedschap, waarmee ik hoop het voegwerk van het Shipo Office wat beter uitgevoerd te  krijgen. Met een krijtje worden de “werktekeningen” op een schoolbord gezet en dan maar hopen dat het begrepen wordt!

’s Avonds met Walter, Ester, Chris, Klaas  en Kyomo naar de Kibenaclub geweest. Net als vorige week patat met kip gegeten. Er waren een paar oude bekenden, van de vorige week maar ook van de vorige reis. Gezellig gekletst en genetwerkt, o.a. met Hans Lemm (van de houtzagerij) onder meer over de houtleverantie aan Shipo, containertransporten van Nederland naar Tanzania en dergelijke. Er waren ook twee zoons van Bram (de Zweedse boekhouder van African Forests) die daags tevoren door een gewapende bende, samen met alle passagiers van de bus uit Mombassa onderweg hiernaartoe, van al hun geld, kostbaarheden, paspoorten en papieren waren beroofd! Daar zaten ze nu: zonder papieren en onderweg naar Amerika.

Donderdag 15 februari

Vandaag naar Makambako. Daar zit Chasawaya (Chama Cha Watoto Yatima  =  Organisatie voor Weeskinderen), een heel kleine NGO die met hulp van Shipo een begin heeft gemaakt met de opzet van een opvang voor weeskinderen. Ze hebben een heel eind buiten de stad een schoolgebouwtje met 2 lokalen opgezet. Eén lokaal is in gebruik  als meubelopslag en naaileslokaal. Weeskinderen krijgen hier in aansluiting op de primary school handwerklessen. Omdat er maar twee naaimachines en één breimachine aanwezig zijn, kunnen er nog niet veel leerlingen worden opgevangen. Het tweede lokaal moet een “jongenslokaal” worden, om te beginnen voor een timmercursus. Het moet nog een vloer krijgen en er is ook (nog) geen elektriciteit, dus de enige zaagmachine die ze bezitten staat voorlopig bij iemand thuis en wordt gebruikt om geld voor de school te verdienen. Leerlingen voor deze klas kunnen dus ook nog niet worden aangenomen. Er moet aan het schooltje nog veel gedaan worden, zowel het voegwerk buiten, als de binnenafwerking. Chasawaya zou heel erg blij zijn met nog wat financiële ondersteuning en met overtollig lesmateriaal van het Kennemer College (waar, heel toevallig, precies op dit tijdstip de VMBO vergadering word gehouden met op de agenda o.a. het punt “Actie voor Tanzania”!)

Omdat we toch in Makambako waren deden we even het kruidenwinkeltje van een kennis van Walter aan. Eigenaar Ben schijnt beroemd te zijn vanwege een bepaald product dat helpt tegen alle denkbare ziekten en klachten, althans volgens het grote reclamebord voor zijn piepkleine winkeltje. Voor een smederij aan de overkant van de weg was iemand gereedschap aan het slijpen op een slijpsteenfiets. Heel bijzonder, maar niet te fotograferen want de slijper verlangde eerst betaling en helaas had ik geen gepaste muntjes bij me.

Op de terugweg deden we Malombwe aan om de vorderingen van de bouw te bekijken. Ze zijn tijdelijk gestopt met de fundering voor het schoolblok omdat de granietblokken op zijn. Elders schijnt in de bergen een ploeg bezig te zijn om een nieuwe voorraad uit de rotsen te hakken. Intussen zijn de dorpelingen hier, samen met voorman Angelus van Shipo en onder toezicht van fieldworker Mapunda, begonnen met het metselwerk van de leraarswoning. Afgezien van een esthetisch mankementje aan het verband in het metselwerk ziet het er allemaal prima uit. Er wordt hard en enthousiast gewerkt en de chairman controleert of iedereen aanwezig is. Ik leg aan Mapunda uit dat er straks in het schoolgebouw geen klezoortjes meer mogen worden gebruikt en hoe hij het metselverband moet aanpassen om dat te bereiken.

Terug op kantoor eindelijk de schema’s en schetsjes voor de dakconstructie afgemaakt en gekopieerd voor Olotu.

Op de fiets naar Kisangani, waar inderdaad blijkt dat mijn uitleg van gisteren toch onvoldoende was om het beoogde resultaat te bereiken. De voegspijker had een extra knik en zou op die manier beter te gebruiken zijn om de voegen uit te krabben dan om ze op te vullen, het voegblik was bijna helemaal goed en aan de “sabel” waren ze maar helemaal niet begonnen. Ben benieuwd of het nu morgen in orde zal zijn. Laatste kans overigens, want het einde van mijn verblijf nadert met wel heel erg rasse schreden!

Overigens bleek de slijpfiets eerder vanmorgen niet zo uniek te zijn als ik dacht: hier bij Kisangani was er tenminste ook eentje in gebruik. Toch heel erg handig in een gebied waar de stroom steeds maar uitvalt.

Vrijdag 16 februari

’s Morgens op kantoor meteen maar met de workshop over de manual bouwkunde begonnen. Het ging vandaag maar om twee hoofdstukken dus e.e.a. was in een uurtje gepiept.

Meteen daarna een uitgebreide discussie over de slabs (zie 9 febr.) en met name over de instructies die daarover gegeven moeten worden aan de dorpelingen. Het is de bedoeling dat een aantal metselaars die als zelfstandig ondernemer gaan maken voor zoveel mogelijk dorpelingen. Ze moeten er dus van doordrongen worden de loonkosten zo laag mogelijk te houden. Vragen ze 2000 Tsh (€ 1,20) dan krijgen ze waarschijnlijk weinig opdrachten en voor 1500 Tsh aan arbeidsloon wil misschien wel het hele dorp zo’n degelijke en hygiënische oplossing voor de choo. Uiteraard tracht Shipo het laatste te bereiken. De laatste toevoeging, een tiental kleine gaatjes in de plaat voor het afvoeren van schoonmaakwater, wordt op mijn voorstel toch weer verworpen. We hadden er niet aan gedacht dat bij het prikken van die gaatjes mogelijk het betonijzer geraakt zou kunnen worden. Het schoonmaakwater, agressief door de urine, zou zodoende het wapeningsijzer kunnen aantasten met als gevolg roestvorming en vervolgens betonrot.

Met Olotu nog eenmaal de nieuwbouw doorgenomen. Alle tekeningen en schetsen die tot dit moment gereed zijn aan hem overgedragen en afspraken gemaakt over het vervolg van de bouw. Terug in Heiloo zal ik nog een gemetselde overspanning en een paar houten trappen uittekenen.

Dan met Ester naar Visiwi voor een gesprek met Samuel, de directeur van het Finse doveninstituut. We gaan kijken of zij misschien hulp kunnen gebruiken, bijvoorbeeld bij het geven van naailessen. Dat blijkt inderdaad het geval. Naast de interne primary school zijn ze nu ook een secundary school aan het bouwen. Die lessen beginnen volgend jaar. De kinderen die slagen voor de eindtoets van de primary school mogen dan naar het vervolgonderwijs. De anderen moesten tot voor een paar jaar van school af met nauwelijks toekomstperspectief: ze komen terug in hun dorp waar ze door hun handicap met niemand kunnen communiceren. En omdat ze ook geen beroep hebben komt er slechts zelden iets van hun integratie terecht. Er is nu echter binnen Visiwi een handwerkgroep opgericht waar deze kinderen toch nog een éénjarige vakopleiding krijgen om zodoende later in hun onderhoud te kunnen voorzien. Vorig jaar zijn er van de primary school erg veel kinderen geslaagd dus de vakopleidingsgroep omvat momenteel slechts vier leerlingen. Toch zou de handwerklerares erg blij zijn met ondersteuning, omdat het lesgeven aan dove kinderen extra inspanning en aandacht vraagt. Als Ans dus later nog eens met mij meereist naar Njombe ligt hier een mooie taak!

Op de terugweg doen we ook Kisangani nog even aan. Twee van de drie tools kunnen we nu meenemen, de voegspijker was nog niet helemaal oké. Die heb ik later op de middag op kunnen halen. Gelukkig werken de bouwvakkers morgen door, dus we kunnen dan misschien experimenteren met een nieuw voegwerkprocédé.

Tijdens de planningsvergadering, die de rest van de middag in beslag neemt, kan ik aan dit verslag werken en mijn fotobestanden organiseren.

Tot laat op de avond Ester geholpen met het bouwen van een spreadsheet voor de voorraadadministratie van Shipo.

Zaterdag 17 februari

Boomplantdag! Vandaag zouden we met het voltallige Shipo-personeel ongeveer 1000 bomen planten rond hun nieuwe site. Het hoosde, dus dat beloofde een zware dag te worden. Gelukkig hadden Ester en ik eerst nog een droge klus: bezoek aan de middelbare school van Njombe. Een neef van Walter had daar een ontmoeting geregeld met de directeur en de scheikunde- en de natuurkundeleraar om te laten zien wat voor equipment een middelbare school zoal heeft. Naar Nederlandse maatstaven zagen de voorzieningen er abominabel uit, maar voor Tanzania scheen de situatie bijna ideaal! Scheikundeleraar Mbaya, had zich behoorlijk uitgesloofd: er lagen twee lijsten klaar, één met de belangrijkste hulpmiddelen die een middelbare school eigenlijk zou moeten hebben en één met de chemische producten die ze hier regelmatig gebruiken. De eerste lijst kan ik goed gebruiken om te beoordelen of er bij eventueel overtollig materiaal van het Kennemer College iets bruikbaars zit voor andere scholen in deze regio. Mbaya liet vervolgens voor alle duidelijkheid van elk artikel ook nog eens een voorbeeld zien.Voor de vakken natuurkunde en biologie zou hij de desbetreffende collega’s ook lijsten op laten stellen en die dan via Shipo naar Nederland laten sturen. We hebben zijn activiteiten beloond met een briefje van 5000 Tsh (€ 3,-)

Intussen was het droog en erg warm geworden, dus prima weer om “bomen” (hoogte circa 10 cm.!) te gaan planten. Dat warme weer is hier altijd de voorbode van zware regenbuien: het water verdampt heel snel en komt dan altijd dezelfde dag weer naar beneden, meestal aan het eind van de middag. Zo ook vandaag weer, maar gelukkig zaten er tegen die tijd 750 bomen in de grond en konden we met z’n allen naar het A.R.M. hotel, waar ik vorige keer logeerde, om kip met patates te gaan eten. Was heel gezellig, naar Tanzaniaans gebruik  natuurlijk met de nodige toespraakjes over en weer.

Zondag  18 februari

Op het nippertje deze “vakantie” toch nog een stukje gewandeld: met Ester, Walter en Zwartje (de hond) naar Kibena. Rond een stuwmeertje een wandeling gemaakt door de productiebossen van de Wattle Company. Een vreemde natuur overigens, zo midden in Afrika, duizenden  hectaren van tannine- en dennenbossen, alle bomen keurig netjes in rijen geplant.

De tanninebomen maken een groeiproces van 15 jaar door. Na de kap worden ze geschild en uit de schillen persen ze tannine, een product dat in leerlooierijen gebruikt wordt. Het hout ging tot voor kort naar de plaatselijke elektriciteitscentrale voor de productie van elektriciteit. Maar de centrale is onlangs opgenomen in een landelijk netwerk, waardoor hij stil is komen te liggen. De stroomleverantie is echter even onbetrouwbaar gebleven als voorheen en het probleem is nu dat er een enorm overschot is aan tanninebomenhout, dat helaas nergens anders bruikbaar voor is. Na het kappen van de bomen worden er direct nieuwe boompjes geplant, het eerste jaar in combinatie met maïs, dat de bewoners zelf mogen verzorgen en oogsten. Na deze oogst groeien de bomen razend snel op voor een nieuwe tannineoogst. De dennenbomen groeien minder snel, maar het hout wordt wel nuttig gebruikt: hoofdzakelijk in de bouw.

De middag besteed aan een bouwkundeles aan Walter en Ester: ze vonden het toch een veiliger idee om niet alles van Olotu af te laten hangen. Die is natuurlijk wel geïnstrueerd, maar de dakconstructie is toch dermate complex dat het ze veiliger leek om er ook inhoudelijk wat meer van te weten.

En ’s avonds was het natuurlijk nodig om de koffer in te pakken, want morgen zal het vroeg dag zijn!

Maandag 19 februari

Aan alles komt een eind, dus ook aan deze reis. Ik heb gelukkig heel wat kunnen doen, maar er is nog veel af te ronden. De ruwbouw van het Shipo Office is ruim halverwege, de school in Malombwe is lekker op gang, voor het project Chasawaya is de basis gelegd en de bouwmanual is ook voor de helft gereed.

Nog één keer in het holst van de morgen mijn bedje uit; de wekker moet vandaag zelfs op 04:30 uur want de bus naar Dar es Salaam vertrekt om 05:50. Eigenlijk vertrekt die bus dus al gisteren, want de Swahili vertrektijd is: zondag 23:50. Die Swahilitijd schept best wel eens verwarring hier: zelfs Ester, die hier toch al een flinke tijd woont, kwam namelijk vorige week een keer om 9 uur ergens opdraven voor een vergadering die pas ’s middags om 3 uur zou zijn! Voor de traditionele Tanzaniaan begint de dag immers bij de zonsopgang van 06:00 uur; het is voor hem dan 0:00 uur.

Ik was ingeboekt voor een busreis met Upendo Coach. Deze maatschappij uit Mbeya had een luxe touringcar gereed staan die in Nederland onmiddellijk van de weg zou worden gehaald. De motor produceerde, naast enorme roetdampen, ook een oorverdovende herrie en de ruiten, voor zover die niet vervangen waren door stukken perspex of hardboard, probeerden daar met hun gerammel nog eens boven uit te komen. Ondanks al dit lawaai probeerden sommige van de reizigers onderweg toch nog, meestal tevergeefs natuurlijk, gesprekken te voeren via hun mobieltjes hetgeen natuurlijk ook weer de nodige herrie veroorzaakte.

Het supersmalle gangpad vormde met alle bagage en frisdrankkratjes die daar op de bodem lagen, een hindernisbaan die door de twee conducteurs telkens weer moeiteloos werd genomen voor het uitdelen van snoepjes en frisdank, maar vooral ook voor het steeds maar afrekenen met passagiers die tussentijds in en uitstapten. Helaas ben ik vergeten de stopplaatsen te tellen, maar ik ben bang dat ik daarvoor aan vingers en tenen samen niet genoeg zou hebben gehad. Het gangpad was zo smal omdat de busondernemer kennelijk een partij gebruikte smalle stoelen op de kop heeft kunnen tikken en die zodanig heeft weten op te stellen dat er links van het gangpad 2 en rechts 3 een plaats konden krijgen, een verhoging van capaciteit dus van 25%. Door ook in de lengterichting nog wat aanpassingen te doen (naar voorbeeld van Martin Air en consorten?) was het aantal verkoopbare plaatsen opgevoerd tot 78 stuks. De buizenframes van de stoelen waren overigens zo stevig en degelijk dat ze ook heel goed voelbaar waren door de versleten bekleding heen.

Maar goed, al met al waren we toch binnen 10 uur op de plaats van bestemming, en dat voor € 8,40 iets meer dan 1 €-cent per kilometer dus!

In Dar es Salaam stond Frank, ingeseind door Ester, keurig klaar om mij rechtstreeks van het busstation naar de luchthaven te vervoeren. Aldaar werd ik overgedragen aan een Masai, uitgedost in zijn traditionele krijgers-outfit, dus in een soort jurk en gewapend met een flink zwaard. Hij bracht mij en mijn koffer naar het restaurant. Een flinke uitsmijter en een paar biertjes hielpen mij vervolgens om de 6 uur tot het vertrek van Swiss Air te overbruggen.

En eenmaal in de Airbus 330 bleek dat ik keuze kon maken uit de hele rij van 8 stoelen, dat werd dus languit zitten en/of met onbeperkte beenruimte. Echter een uurtje later na de tussenlanding in Nairobi, liep het vliegtuig helaas compleet vol zodat ik weer naar mijn eigen middenplaatsje moest verhuizen. Maar toch niets dan lof voor dit prima vliegtuig met vriendelijke bemanning, goede service en een in elke rugleuning ingebouwd tv schermpje waarop je spelletjes kon doen of films bekijken. De in de armleuning opgeborgen afstandsbediening had zelfs een gleuf voor het inbrengen van je creditcard om te kunnen internetten!

Ook in Zürich heeft Swiss Air het prima voor elkaar: Een supersnel metrotreintje vervoert je van aankomsthal E naar vertrekhal A en binnen de beschikbare 50 overstapminuutjes waren de Zwitsers er ook nog in geslaagd mijn bagage van het aankomende naar het juiste vertrekkende vliegtuig over te brengen! En omdat hier kennelijk ook het principe van “last in first out” van toepassing is, had ik op Schiphol als een van de eersten mijn koffer te pakken en hoefde Ans daar nauwelijks te wachten om mij in haar armen te sluiten! Een blij weerzien na de toch wel erg lange 25 dagen van deze tweede reis naar Tanzania!

Einde


[1]  Alle Ramen Open

Dutch Design Office
PCC Alkmaar
ncdo
Kroon Olie
Wilde Ganzen
Rotary Clubs
Eriks
Genap
Online Stempels
YouBeDo
Keer op keer