Verslag van de eerste reis naar Tanzania

Maandag 16 mei

Ondanks alle hectische toestanden met makelaars voor het eventuele Westerzij-appartement voor moeder en de klussendag in het Duinzichtpark, toch alle voorbereidingen voor mijn Afrika-experience bijtijds getroffen. Ans heeft de koffer exact tot het maximaal toelaatbare gewicht van 23 kg volgepakt. We gaan ervan uit dat ik hier de volgende 3 weken voldoende aan heb. Relaxed reden we dus keurig op tijd naar Schiphol, alwaar ook het nieuwe elektronische ticketsysteem feilloos bleek te werken. Een lijnvlucht naar Londen, dus ook geen lange wachtrijen bij de inchequebalies. Tijd genoeg om nog even een lekkere cappuccino te nemen, zittend bij het peuterspeelpaleis. Misschien leuk om hier eens een keer met Zeb naar toe te gaan? En wie stonden er 5 minuutjes later plotsklaps voor opa’s neus? Nooit meer raden: wat een BIG SURPRISE!

Om 15:55 begon het inchequen dus tijd voor het moeilijke moment van afscheid nemen: voor het eerst sinds 39 jaar 3½ week zonder Ans op stap; als dat maar goed gaat. Maar ja, ik heb eenmaal A gezegd . . .

De vlucht naar London-Heathrow verliep in elk geval zonder problemen. Bezettingsgraad van het toestel ongeveer 20% dus plenty ruimte: 3 seats tot mijn beschikking. In Londen uitgebreid gepauzeerd en keurig volgens schema vertrokken. De Boeiing 747 zat goed vol, maar 37 F naast mij bleef gelukkig leeg dus die maar snel geconfisceerd zodat ik samen met een Spaanse (?) jongedame de beschikking over een extra stoel had. Dat was erg prettig want zo konden we allebei tijdens de 10 uur durende vlucht af en toe een beetje dwars zitten.

Dinsdag 17 mei

De passagiers op de A-stoelen hadden een paar uur voor aankomst het mooiste uitzicht op de Kilimanjaro, de hoogste berg van Afrika die, praktisch op de evenaar en bedekt met eeuwige sneeuw, boven het wolkendek uittorende, belicht door de opkomende zon: schitterend! Precies op schema (lokale tijd 07:00) daalden we op Dar Es Salaam (= Stad van Vrede). Koud, regen en ontelbare ambtenaren die in prachtige uniformen “druk” bezig waren met het zetten van stempels en heen en weer liepen met paspoorten waar her en der soms bundeltjes bankbiljetten uitstaken. Maar niet getreurd, na een uurtje was ik door de controle en stond mijn koffer al gereed naast de lopende band. De vriendelijke taxichauffeur ernaast had ik niet nodig want bij de uitgang stond Ester mij op te wachten. Haar privé taxichauffeur Frank ontfermde zich over mijn koffer en bracht ons naar het 13 km verderop gelegen hotel aan de Lumumbastreet. Ongelofelijk wat een chaotisch (links!) verkeer. Het heeft veel weg van een rijdend autokerkhof. Bussen, maar vooral eigenlijk busjes barstens volgepropt met passagiers. Ook vrachtwagentjes met laadbak worden hier ingezet voor passagiersvervoer en als die dan rechtop staan kunnen er lekker veel in. Het was spitsuur en gelukkig opgehouden met regenen.

In het Durban-hotel had Ester een kamer voor mij geregeld: C8 op de 4e verdieping. De kruier moest dus 4 trappen op met mijn 23 kg zware koffer, jawel: op zijn hoofd! De kamer was uiterst primitief, maar het belangrijkste onderdeel, de airco, werkte gelukkig, want het was intussen behoorlijk warm geworden. De badkamer beschikte over een douche met alleen een (warme?) kraan, een open rioolgat in de vloer als doucheputje en een toilet waarvoor ik zelf even een constructie met paperclip en elastiek moest fabrieken om het deksel tijdens (staand) gebruik omhoog te houden. Mijn Malarone en Omnic ingenomen, een uurtje gerust, de buurt verkend en wat dollars gewisseld in Tsh (Tanzaniaanse shillings) want mijn informatie dat je bijna alles hier met dollars kunt betalen klopt van geen kant. Om 12:00 kwam Ester mij weer ophalen. Frank dropte ons bij een restaurantje waar we lekker geluncht hebben. Ester deed nog wat boodschappen en omdat het inmiddels bloedheet was geworden en ik het eind in de bek had maar afgezien van verder bezoek aan bezienswaardigheden: misschien later nog eens? Terug naar het hotel, orde op zaken gesteld en dit verslag geschreven tot hier toe.

Vervolgens een rondje in de buurt gemaakt. Onder andere langs een busstation. De meeste busjes hebben het formaat van het schoolbusje van Piet Borst. Maar er zitten wel 23 stoeltjes en minimaal 30 mensen in, inclusief de chauffeur en een conducteur die ijverig klanten probeert te werven. Een rit kost 15 Tsh (= ca. 1 eurocent) ongeacht de afstand! Bij mijn wandeling van ruim een uur heb ik welgeteld 1 andere blanke gezien. Natuurlijk ook de bouwprojecten bewonderd. Veel gebouwen worden al in gebruik genomen als de hoger gelegen verdiepingen nog in aanbouw zijn. Zo ook vlakbij het hotel, een flatgebouw in aanbouw: begane grond en eerste verdieping al in gebruik en bewoond, 2e t/m de 5e verdieping in ruwbouw gereed en op de 6e verdieping waren ze tot ver in de avond beton aan het storten, niet met een bouwkraan of lift, maar gewoon met emmertjes die, natuurlijk op het hoofd, naar boven werden gesjouwd! Nog even een groot bord fruit gegeten op een terrasje, Tzs 1000 (=€ 0,80) en om 19:15 te bed. Wekker op 04:15 want ontbijt om 05:00 zou de receptioniste regelen.

Woensdag 18 mei

Om 05:00 met koffer (ook op het hoofd!) naar beneden. Bij de receptie was alles nog donker en letterlijk in diepe rust. Er kwam wat beweging in een deken op de bank en de receptioniste kwam tevoorschijn. Vrijwel tegelijk met een bewaker die lag te pitten in een grote crapaud. In het restaurant op de eerste verdieping idem dito: alles nog donker, maar door mijn gestommel kwam er achter de leuningen van een rijtje stoelen een vrouwspersoon tevoorschijn die meldde dat het restaurant pas om 06:00 open zou gaan. Na tussenkomst van de receptie werd echter alsnog een ontbijt geserveerd: Spanish omelet, (nes)café au lait, broodje jam, klein banaantje. Ester en Frank waren stipt op tijd, dus afrekenen ( € 16,- incl. ontbijt!) en op weg naar het busstation. De extra taxi die het hotel voor mij had laten komen was een misverstand en dus pech voor de bijbehorende chauffeur. Het busstation bestond uit een enorme loods met het standaard Tanzaniaanse golfplaten dak, een paar honderd armzalige stoeltjes als in een stadion, lang niet voldoende voor alle wachtende buspassagiers die naar het nieuws en naar soaps zaten te kijken op 3 heel hoog opgehangen TV toestellen. Een functionaris van het busstation riep zo nu en dan bij de uitgang luid en voor mij totaal onduidelijk, een bestemming af, waarna een deel van de meute haar hebben en houden bij elkaar zocht en naar een bus werd gedirigeerd. Ook wij kwamen zo in onze bus terecht: de lijnbus van Scandinavian Express naar Songea. Op de achterkant van al deze touringcars de tekst IN GOD WE TRUST En gaandeweg de reis bleek dat we dat vertrouwen in een hogere macht beslist niet konden missen. Naar Songea is een rit van 1000 km voor de prijs van Tsh 19000. Gelukkig hoefden wij maar tot Njombe mee, dat is “maar” 750 km. Onderweg 2 sanitaire stops op plaatsen waar hele zwermen handelslieden hun waren trachtten te slijten. De toiletvoorzieningen zijn er verre van riant en in de min of meer overdekte paden er naar toe zaten ondernemers op de grond naast een bergje aardappelen die nog gebakken moesten worden. Na het schillen verdwenen ze gelukkig in een mandje, maar evengoed hebben we daar maar geen frites gekocht. Ook stonden er daar op de grond twee grote omgekeerde manden waaronder de kippen hun braadlot stonden af te wachten.

Onze chauffeur was volgens Ester zeer ervaren en dat bleek ook al heel snel: hij scheurde er flink op los. Dat was ook wel nodig om de tijd in te halen die steeds verloren ging bij allerlei controleposten van politie, douane, tolgaarders, verplichte weegbruggen, banden controleurs en immigration-officers die in de bus naar mijn paspoort kwamen vragen. De route liep ook een flink stuk door het Mikumi  wildpark, waar de beloofde olifanten, giraffen en soms ook leeuwen zich helaas niet lieten zien. Alleen een paar apen en enkele kuddes antilopen waren te spotten.

Na een rit van 10 uur kwamen we al met al toch heelhuids, maar gebroken, in Njombe aan. Walter stond ons op te wachten en met de truck even snel naar mijn nieuwe werkplek om kennis te maken met Oygen, Wenceslaus (roepnaam Vincent), Benny, Maria en Georgina. Dan vlug door naar mijn guesthouse, vlak naast het huis van Ester. Koffer en rugzak uitgepakt, kast ingeruimd en afgesloten met het minieme hangslotje van de koffer. Het warme water voor de douche liet weliswaar zo’n 30 minuten op zich wachten, maar toch was ik om 19:00 op tijd bij Ester voor het diner. Heel gezellig en een leuk stel donkerbruine kindertjes. De oudste, Hendrik, spreekt heel goed Nederlands. De tweede, Johan, ook een beetje en Franciska de jongste, nauwelijks. Ze waren heel blij met de Donald Ducks die ik meegebracht had en ook de hagelslag was een schot in de roos: Hendrik kon haast niet wachten tot het ontbijt van morgen!

Na het bijwerken van dit verslag om 22:00 onder de klamboe!

 Donderdag 19 mei

Mijn eerste werkdag bij Shipo begint gelukig niet in het holst van de morgen. De wekker die op 08:00 stond had ik niet nodig. Toch heel redelijk geslapen. Ontbijt  met omelet en African coffee. Daarna (en deel van) mijn oefeningen en om half negen kwam Walter mij oppikken. Eerste werkbespreking en introductie op kantoor’. Ik krijg het kantoor en de PC van directeur Walter tot mijn beschikking. Er is geen online verbinding met Internet, en ook geen intern netwerk daarom maak ik dit verslag in Word om dat later via een floppy of een memorystick en de PC van Ester naar het thuisfront te kunnen mailen.

Lange werkdagen hier: tot 17:30 op kantoor gewerkt. Manuals doorgenomen, een organisatieschema gemaakt in Excel en gelukkig net uitgeprint voordat de PC er ineens mee ophield. Om de haverklap valt hier de stroom even uit en moet de generator de stroomvoorziening overnemen. Dat geeft best wel problemen voor de 6 Pc’s en de printer.

Voor het waterpompenproject heb ik een logo ontworpen dat eventueel gebruikt kan gaan worden voor de promotie van het project. Tot nu toe zijn er zo’n 75 van die pompen (1415 en 1416) gerealiseerd, maar door een actie van het districtsbestuur worden nu de dorpen van boven af gedwongen om waterprojecten te realiseren, dus Shipo verwacht een hausse van aanvragen. De pompen worden door de Kisangani werkplaats (1639) gemaakt en het maken van de boorgaten in de grond gebeurt door de toekomstige gebruikers/eigenaars zelf, onder leiding van een 3 mans boorploeg van Shipo. De totaalkosten van een installatie belopen ongeveer € 250 waarvan de circa 10 deelnemende gezinnen samen € 80,- moeten ophoesten. Dat is een behoorlijke investering waarvoor ze vooraf een flinke tijd moeten sparen. Op weg naar huis in 2 krotwinkeltjes-van-sinkeltjes een verlengsnoer gekocht om de afstand tussen het stopcontact op mijn slaapkamer en de spiegel op de badkamer te overbruggen en voor €0,80 een steviger hangslot voor mijn kast. Alles is hier onwaarschijnlijk goedkoop: met een fooi van 50 Tsh (€ 0,04) zijn ze hardstikke blij. Om 19:00 werd ik weer bij Ester verwacht voor het diner. Nog een gezellig nazitje met koffie en om 22:45 naar bedje toe.

 Vrijdag 20 mei

Vroeg op vandaag (en voortaan) ontbijt om 07:00 en om 07:30 met Ester aan het werk. Om te beginnen naar de plot die Shipo heeft aangekocht om er een nieuw kantoor en eventueel een trainingscentrum op te bouwen (1515) Vervolgens naar een (Finse) dovenschool die een waterpomp willen laten installeren en naar de districtsautoriteit (= provinciebestuur) om het huurcontract van het huidige onderkomen weer een jaar te verlengen. Overal word je hier even vriendelijk ontvangen met de kreet Karibu (welkom) en “ good morning”  Vervolgens gaat men rap met Ester over in het Kiswahili en kan ik er geen woord meer van verstaan. Mijn enige Swahili tot nu toe is “asante” (dank u wel) Tussen het maken van dit stukje verslag door ben ik nog even met Walter in Matalawe naar een primaryschool in aanbouw wezen kijken. Er wordt echter nauwelijks meer aan de 7 klassen gewerkt. De ruwbouw is klaar en het geld voor de afbouw is er nog niet. Er is wel geld voor de ruwbouw van de geplande tweede fase van nog eens 8 lokalen en een kantoorgebouw, maar dat mag niet ingezet worden voor de afbouw van de 1e fase, dus nu ligt alles stil.

Terug op kantoor dit verslag tot hier afgemaakt en opgeslagen op mijn diskette en maar eens proberen of ik dat op de een of andere manier met e-mail weg kan krijgen!

En kennelijk is dat gelukt, want in de loop van de middag kreeg ik van Ester een uitgeprint antwoord van Ans. Hardstikke leuk om zo iets van het thuisfront te horen. De rest van de dag heb ik me bezig gehouden met het ontwerpen van een plattegrond voor de nieuwe huisvesting van Shipo. Ze gaan het behoorlijk groots aanpakken: fase 1 omvat zo’n 860 m² gebouw in 2 delen: kantoren voor Shipo en een trainingscentrum met leslokalen en een kantine voor 70 cursisten. Het terrein is behoorlijk geaccidenteerd: ruim 8 meter verschil tussen het hoogste en het laagste punt!

Het begrip werktijdverkorting is bij Shipo nog onbekend: we verlieten het kantoor pas tegen 19:00. Weer bij Ester gegeten en om 22:00 naar mijn A.R.M.hotel.

Zaterdag 21 mei

Eerst met Ester de kinderen naar school gebracht. Ze zitten op een privé-school: dat geeft betere resultaten maar kost wel schoolgeld (€ 420,- / jaar). Hier vlakbij is een school uitgegroeid tot 1000 leerlingen. Wettelijk maximum is 800 dus hebben ze de helft van de kinderen een ander uniform aangetrokken en de klaslokalen met een hardboard schotje in tweeën gedeeld. Een deel van de kinderen moet dan staan of op de grond zitten. Maar nu zijn het formeel twee scholen en wordt dus weer aan de wet voldaan.

Op kantoor weer verder met het ontwerp. Tussendoor met Walter naar Lunyanywi, waar een boorploeg bezig is met maken van een boorgat voor een nieuwe waterpomp. Er wordt, geheel met mankracht, een 1½ meter lange stalen buis de grond in gepulst. Dorpelingen voeren op de fiets emmers koemest aan. Vrouwen lopen af en aan met emmers water op hun hoofd. De mest en het water wordt in een klein bassin gestort en met handen en voeten flink gekneed tot een homogene soepele pap. Dit loopt via een kort geultje naar het boorgat waarin het verdwijnt. De mest zorgt ervoor dat de wand van het boorgat stabiliseert en niet kan instorten tijdens het boren. De pijp wordt met een hefboom door  6 man op en neer gepulst en een 7e man schroeft met een lange stalen arm de zakkende pijp heen en weer in het rond. De boormeester houdt met zijn hand de stalen pijp van boven dicht bij de opgaande slag. Daarmee creëert hij een vacuüm in de buis en zuigt de smurrie en boorgrond mee omhoog in de buis. Bij de neergaande slag doet hij z’n vingers omhoog en spuit het opgezogen water-zand-poep mengsel uit de pijp in (en soms ver over de rand van) het bassin. Als de buis bijna helemaal in de grond is verdwenen wordt hij weer voorzichtig omhoog gehaald en vervangen door een zelfde buis van 3 meter lang. Die zakt vrij snel in het reeds geboorde gat en wordt vervolgens op dezelfde manier 1½ meter dieper weggepulst. Daarna weer een stuk van 1½ meter erop, enzovoorts. In Lunyanywi zaten ze op dit moment op 15 meter diepte. Men verwachtte over een paar dagen op 20 tot 24 diepte voldoende water aan te treffen om te stoppen. Als door het testen van de wateropbrengst en –kwaliteit blijkt dat dit aan de behoefte voldoet wordt de stalen buis voorzichtig omhoog getrokken en vervangen door een dikkere pvc-buis. Daarna gaat er in die buis een veel dunner pvc buisje met onderaan een poelie. In het buisje zit een touw zonder einde met om de 30 cm rubberen schijfjes die precies in de buis passen. Via de poelie onderin loopt het touw buiten de dunne buis weer omhoog naar een groter wiel waaraan een zwengel. Als die nu wordt rondgedraaid nemen de rubberen zuigertjes in de dunne buis prachtig helder water mee naar boven! Het betreffende dorp is heel erg content met de pomp. Doordat ze nu geen 5 uur naar de rivier hoeven te lopen om een emmertje water voor de koe te halen, kunnen ze die tijd besteden om hun koe beter te verzorgen en/of andere dingen te doen. De koe groeit beter en geeft meer melk en mest. Met de mest kunnen ze ook weer vlak bij huis meer en betere maïs verbouwen. Als een dorp meedoet aan het koeienproject gaat de eerste koe naar één van de boeren. Die wordt in de dorpsraad aangewezen. De koe is gratis en het eerste koekalfje moet hij aan een dorpsgenoot geven. Het tweede koekalfje gaat terug naar de gevende NGO (Non Gouvernementele Organisatie) Eventuele stierkalfjes zijn weinig waard en mogen ze zelf houden, opeten  of verkopen. De sociale controle in de dorpsgemeenschap is groot en men is heel erg enthousiast! Dit lijkt dus erg veel op het project “koetje” van Olga. Ik weet helaas niet meer hoe de organisatie heet die daar achter steekt. Weet iemand van jullie dat misschien nog?

Terug op kantoor tot ver in de middag gewerkt. Geluncht in de “stad”. Het centrum ligt uiteraard aan de doorgaande asfaltweg van Dar es Salaam naar Songea. De kathedraal domineert en verder alleen armoedige gebouwen zelden met een verdieping en allemaal met golfplaten daken en muren van baksteen of van geperste zandblokken. Veel van de gebouwen staan te dicht op de weg en daarom is er vorig jaar een ambtenaar gekomen met een bus rode verf. Die heeft op de betreffende gebouwen een groot kruis gekwast: die moeten dus “binnenkort” gesloopt worden. Ook een flink deel van de reclameborden draagt zo’n kruis. Aan weerszijden van de “highway” zijweggetjes van zand stikvol met diepe kuilen en gaten. Vooral als het regent zijn die nauwelijks begaanbaar en al helemaal niet door de autochtonen die veelal blootsvoets gaan en soms geschoeid zijn met badslippertjes. Langs deze weggetjes wonen veel van de circa 120.000 Njombers, grotendeels in op elkaar gepropte krotten van steen, modderblokken, hout en/of golfplaat. Wat verder uit het centrum worden de kavels groter en de huizen beter: van steen en een enkel huis met echte dakpannen. Veel van de huizen zijn nog in aanbouw. Soms ligt de bouw jaren stil wegens geldgebrek en sommige huizen worden helemaal nooit afgebouwd. Langs de wegen staan overal handelaars die van alles proberen te verkopen. Sommige hebben een stalletje of een draagrek, anderen spreiden hun handelswaar gewoon op de grond uit.

Maar ik dwaal af, we gingen lunchen: die bestond uit een groot bord rundvlees met gebakken banaan. Een speciaal soort om te bakken kennelijk, want je proeft absoluut geen banaan. Het lijkt meer op aardappel. Een flesje cola erbij en ik was voor 3 personen nog geen 4 € kwijt! Na de lunch ging Ester boodschappen doen en heb ik een uurtje (met weinig resultaat) in een internetcafé doorgebracht. ‘s Avonds voor het eten spelletjes gedaan met de kids. Hendrik leert mij tellen: Moja – Mbili – Tatu – Nne – Tano – enz. Na de pizza van Ester nog even wat overleg over de nieuwbouw en om 22:30 onder de klamboe.

Zondag 22 mei

Vroeg op, want naar de kerk. We wonen in de wijk Nazareth en gaan dus ook naar die parochiekerk. Er is maar moja mis en dat is dus een hoogmis. Maar dan ook flink hoog! Bijna 2 uur, maar een heel bijzondere ervaring. Veel wierook, een stampvolle kerk (ruim 250 mensen, inclusief de overal rondscharrelende peuters) en maar liefst 3 zangkoren. De zang had veel weg van een eenvoudige Missa Luba. Begeleid door een keyboard werd er ritmisch meegedanst en je kreeg lamme handen van het meeklappen op de maat. Voor de collecte komen er geen collectanten langs, maar iedereen gaat naar voren om zijn of haar gaven in één van de vele mandjes (voor de diverse doelen?) te deponeren. Ook voor de communie gaat men naar voren en knielend voor de denkbeeldige communiebank krijg je de Hostie op traditionele manier. Een lange preek van de enthousiaste zwarte pastoor. Uiteraard kon ik er niets van verstaan. Na de mis buiten de kerk ging dat in het Engels een ietsje beter. Via hetzelfde kerkepaadje, hand in hand met Hendrik en Johan, teruggelopen naar huis (kwartiertje) en koffie gedronken bij Ester. Daarna wat schrijfwerk gedaan en een rondwandeling gemaakt in de omgeving. Via smalle paadjes afgedaald naar een riviertje. Er waren geen markeringen dus ik moest ondertussen zoveel mogelijk mijn hooggelegen uitgangspunt in de gaten houden. Tijdens de afdaling kwam ik ergens tussen het geboomte plotseling iemand tegen met een groot kapmes in de hand. Pas op het laatste moment merkte die mij op en van schrik ging dat mes met een zwaai omhoog. Gelukkig accepteerde hij mijn “sorry” en ging het kapmes naar de andere hand, waarna heel hartelijk handen werden geschud! Via het Nazareth-centre kwam ik uiteindelijk toch weer keurig bij het hotel uit. Nog even wat opmetingen gedaan bij de nieuwe plot, op het hotelterras een biertje gedronken en eindelijk tijd gehad voor het doornemen van een reisgids over Tanzania. ‘s Avonds weer bij Ester gegeten. Terug in het hotel bleek de spijkerbroek, die ik over het Tv toestel had laten hangen, verdwenen. Gejat? Maar de riem die er in zat was er uitgehaald en hing over de TV, dus misschien een wasservice? Ik ben benieuwd of, en wanneer ik hem terugzie!

Maandag 23 mei

Weer bijtijds op. De keuken gaat pas om 07:00 uur open, maar achterom kan ik toch terecht en wordt mij het dagelijkse ontbijt geserveerd: een thermoskan met heet water en eentje met hete melk om zelf van African (nes)coffee een kopje koffie te maken. Een heel groot glas verse jus d’orange, een omelet met wat patates frites en de helft van een (klein) knakworstje. Twee sneetjes geroosterd brood, boter, jam, honing en een stukje fruit (1/4 sinasappel of een minibanaantje) en ik kan er weer tegen! Om 07:20 naar de Mgina’s want de kinderen moeten op tijd bij de busstop zijn.

Het is nu 09:10 en ik ga dit verslag weer via de floppy en Esters PC als bijlage bij een mailtje naar Ans proberen te verzenden.

De rest van de dag besteed aan het afmaken van het kantoorontwerp (in klad) en de grondbalans. Er moet bijna 900 m3 grond worden verplaatst. Daar gaan we een dezer dagen met een grondwerker over praten, maar men verwacht dat handwerk voordeliger is! Dat wordt dan ongeveer 900 x 12 kruiwagens x 1 manuur = 10800 manuren, ofwel 1350 mandagen! Walter is voor een paar dagen naar zijn dorp vanwege een sterfgeval en Ester is erg druk met een seminar voor de drillers (pompgatboorders)

‘s Avonds bij Ester gegeten en weer vroeg te bed. Overigens: de spijkerbroek is terecht, gewassen en keurig opgevouwen lag die weer op de TV.

Dinsdag 24 mei

Vandaag ga ik met Sarah op stap naar een basisschool in Makambako. Onderweg naar de bushalte kwamen we langs het belastingkantoor. Sarah’s vader heeft daar een (belangrijke?) functie. Do you want to meet him? Ja natuurlijk. De mensen waarmee hij in gesprek was werden weggestuurd en er werd uitgebreid kennisgemaakt. Voor dat ik terug ga naar Nederland moet ik nog een keer bij hem thuis komen want hij wil me “some things” of the region meegeven! Naar de bushalte is het ongeveer 15 minuten lopen. Er zijn hier 3 soorten bussen: de grote “touringcars” waarmee ik de reis van Dar naar Njombe maakte, de minibusjes van de zelfstandige ondernemers en een middelmaat waarmee we nu zouden reizen. Circa 20 zitplaatsen en nog neerklapstoeltjes in het middenpad voor als het erg druk is. Maar dat is het hier eigenlijk altijd want de chauffeur wacht net zo lang tot de bus vol is voordat hij vertrekt. De 2 conducteurs werven klanten en stouwen de bagage in het achteronder. Hoe voller de bus en hoe harder er wordt gereden, hoe beter de verdiensten. Er zijn nauwelijks bushaltes. De bus stopt op verzoek. De 60 km. naar Makambako duurde zodoende een klein uurtje. Heel interessant om te zien met welke uiterst primitieve hulpmiddelen de dorpelingen hier zelf een school bouwen. Onder leiding van twee, door Shipo aangestelde, metselaars doen zij al het werk zelf. De mannen metselen, de vrouwen opperen en maken de mortel. Een Arbo-dienst kennen ze hier niet: steigers van wane delen, ladders van boomtakken en badslippers als veiligheidsschoenen. Sommigen lopen zelfs blootsvoets. Uiteraard heb ik een aantal verbeterpunten gezien die ik met Shipo zal bespreken. Het nieuwe schoolgebouw omvat voorlopig 8 leslokalen, en een bibliotheek. Het is een uitbreiding van de bestaande Mwembetogwa primary school, die ik ook met Sarah heb bezocht en bekeken. Klassen met 60 kinderen zijn heel gewoon. Als je in zo’n klaslokaal binnenkomt gaan alle kinderen staan en zeggen een uitgebreide groet op. In de wat hogere klassen zeggen ze zelfs “Good morning sir” waarbij het tijdstip van de dag geen enkele rol speelt. Als ik dan ook een paar woorden in het Engels zeg, zijn ze eerst heel gereserveerd, maar als je dan een foto maakt, ontdooien ze. Dat vinden ze prachtig en op mijn “asante” , “how are you” en “bye bye” krijg ik ook weer een collectief antwoord. Het schoolhoofd was heel vriendelijk, wilde ontzettend graag op de foto en geeft mij volgende keer iets mee voor vrienden die zij in Holland zegt te hebben: volgens haar adresboekje wonen die in Klazienaveen en Zeddam (in Braant!) Ook de aanpalende Azimio primary school hebben we bezocht: van hetzelfde laken een pak: propvolle klassen met heel voorbeeldige kinderen. Ze worden hier echt nog gedrild en ik kan me nauwelijks voorstellen dat ze het leuk vinden op school. In Midtown in een minirestaurantje (3 tafels!) de burgemeester (chairman) en de projectleider van de school ontmoet en een lunch met kip, kippensoep en pannenkoek gebruikt. Best lekker maar helaas speelde mijn lastige maagklep weer eens op. Voor en na het eten komt de ober met zeep, een kan warm water en een opvangschaal aan de tafel, zodat je de handen kunt wassen. Voor twee personen was ik kwijt: € 1,20. Onderweg terug heeft Sarah mij geleerd hoe je suikerriet moet eten: uiteraard erg zoet en enorme plakhanden als resultaat! Sarah is daar een stuk handiger in en scheurt met haar tanden grote brokken van de harde stengels af. Terug naar het bouwproject voor het maken van wat aantekeningen en nog meer foto’s en dan weer met de bus naar Njombe. Deze chauffeur vertrok echt niet voor de laatste cm² gevuld was met passagiers. Alle stoelen waren bezet, op de éénpersoons klapstoeltjes zaten elk twee personen en bij de deur stonden er nog een stuk of 6. Genoeg zou je zeggen, maar nee hoor. De chauffeur trok met de claxon voortdurend de aandacht van mogelijke passagiers en maakte af en toe een schijnstart door een heel klein stukje op te trekken, en ja hoor, dan kwamen er toch weer een paar extra klanten. Dat vereiste dan binnen weer een reorganisatie: als de klapstoelpassagiers gingen staan,  wat zonder morren werd gedaan, konden er op de plaats van elk klapstoeltje best drie mensen staan. En als het busje zo was volgepakt konden er nog wel een paar bijgepropt worden in de buurt van de deur. Ook iemand die bijna als laatste mee wilde met twee grote jutezakken vol graan werd ingeladen. De helft van de staande klanten even naar buiten om de zakken op de vloer in het gangpad te leggen. De staande passagiers er bovenop moesten weliswaar krom staan in verband met de beperkte plafondhoogte, maar ook dat gebeurde zonder wanklank. Al met al was het voertuig wel zo zwaar dat de verkeersdrempels alleen wiel voor wiel, dus diagonaal genomen konden worden. Bij elke drempel moest dus telkens gewacht worden tot er geen tegenliggers waren en dan stapvoets heel voorzichtig de hobbel nemen. De reis duurde door deze hoge bezettingsgraad bijna een half uur langer, maar het was ook weer een hele belevenis! Terug op kantoor bleek Ester helemaal vergeten om Arjen op te halen. Die heeft dus ruim twee uur op het busstation staan wachten. Achteraf bleek dat hij mij daar heeft zien lopen toen ik met Sarah terugkwam uit Makambako. Op kantoor nog even aan dit verslag gewerkt en naar het hotel een half uurtje op bed, want best wel moe en behoorlijk verkleurd door de zon, die in Makambako behoorlijk z’n best heeft gedaan. Door de straffe wind, die daar altijd schijnt te staan, merk je niet zo veel van de warmte. Van Arjen tijdens en na het avondeten bij Ester heel wat informatie gekregen over de touwpompen. Ik weet nu precies hoe ze (behoren te) werken en wat de problemen ermee kunnen zijn in allerlei 3e wereldlanden. Om 21:30 naar het hotel met een flesje after sun van de zorgzame Ester.

Woensdag 25 mei

Vandaag “uitgeslapen” tot 07:00 (vanwege een logistiek vervoersprobleem) Het is een kantoordag met weinig nieuws. Eerst een mailtje voor Ans gemaakt en vervolgens nog een paar uurtjes aan de nieuwbouw gedokterd. Verder met de manual. Ook begonnen met een woordenlijst bouwkunde Engels-Nederlands-Swahili. De Swahili-vertaling van de engelse woorden levert heel wat leuke discussies op met de veldwerkers. Een Nederlandse “muurplaat” (plat boven op de muur liggende balk) is in het Engels gewoon een “walplate” Maar in het Swahili heet het een mtambaa-panya. Letterlijk terugvertaald naar het Nederlands kom je dan op:  “de-balk-waar-de-ratten-over-lopen”

‘s Avonds naar de Kibena Lodge. Een Engelse club voor Europeanen die daar af en toe bij elkaar klitten. Kip met patates gegeten. Te vroeg naar bed, althans naar de Nederlandse tijdrekening: al snel werd ik namelijk gewekt door telefoontjes van Rick en even later van Ans! Maar toch hartstikke leuk om weer even wat vanuit Europa te horen.

Donderdag 26 mei

Niet zo best geslapen. Zo tegen twaalf uur, als je net in de eerste slaap bent komen er zeer lawaaiige hotelgasten thuis en als je dan net weer slaapt staat er een auto net zo lang te claxonneren totdat de guard de poort opent. ‘s Morgens in alle vroegte moet die auto, die pal onder het geopende uitzetraampje van mijn kamer is geparkeerd, weer weg. Het starten van de onwillige dieselmotor neemt minstens een half uur in beslag en als die dan uiteindelijk loopt moet de motor nog minimaal drie kwartier warm draaien! Van slapen is dus vannacht weinig gekomen.

Ook het starten van de auto’s van Walter en Ester een uurtje later werd een hele procedure vanwege het onderling uitwisselen van al dan niet lege accu’s. Franciska is vannacht ziek geworden dus ze moeten even met haar naar het ziekenhuis voor een malariatest.

Vandaag wordt weer een heel bijzondere dag. Met Oygen en Vincent naar  Iwungilo. Een klein stukje over de highway en dan 40 km echt door de bush. Met handen en voeten in evenwicht zien te blijven over zandpaadjes met gigantische kuilen en wiel- maar vooral watersporen. Tegelijk moeten we ook de fietsers en voetgangers met van alles op hun hoofd, proberen te ontwijken.

Na 1½ uur bereikten we het dorp waar we eerst de school bezochten. Zeven met SHIPO gebouwde nieuwe lokalen, twee in aanbouw zonder SHIPO-begeleiding en nog één oud klaslokaal waar je nog niet eens varkens in zou kunnen houden  60 kinderen, keurig zittend met z’n zessen in een bankje, en dat zonder onderwijzer erbij: kom je in Nederland niet tegen! Bij de opstallen horen ook twee oude en twee nieuwe onderwijzerswoningen, alsmede een nieuwe vrijstaande choo met een aparte jongens- en meisjeskant  en met echte deuren voor de hurktoiletten. Voor de watervoorziening beschikt de school over een groot opslagvat. Dit wordt gevuld met water van de hoger gelegen kerk, maar alleen als daar water over is. Dat is echter lang niet altijd het geval en daarom hebben ze ook een touwpomp die heel goed werkt.

Vervolgens brachten we bezoek aan het dorpshoofd: de chairman. Een soort kruising tussen een medicijnman en een burgemeester. Natuurlijk gekleed in het gebruikelijke veel te grote colbert en veel te lange pantalon, waaruit een uitbundig gekleurd overhemd hing. Samen met het schoolhoofd (keurig gekleed in een licht en goed passend colbert) was hij druk doende een vergadering voor te bereiden. Daarom gingen we eerst met twee gidsen de plaats van de nieuw te bouwen school bekijken. Een klein stukje met de auto, maar al gauw ging het te voet verder over een in het struweel uitgehakt paadje, dat nog door de dorpelingen zal moeten worden uitgebouwd tot hoofdtoegangsweg naar de nieuwe school. Paar foto’s gemaakt en vervolgens gingen we naar de Kindergarten.

Inderdaad, een kleuterschooltje behorend bij een door de Duitse missie gebouwde, heel mooie, kerk. Alles is hier picobello voor elkaar: hagelwitte tegelvloeren, keurig blank geboende tafeltjes, de stoeltjes er ondersteboven op en elk voorzien van een paar badslippertjes die de kleuters binnen moeten dragen. Wat zal dat een teleurstelling zijn voor de kinderen als ze straks naar het oude leslokaal in de lagere school moeten. Maar, wie weet is dan de nieuwe school klaar? Op de prachtige binnenplaats met schooltuintjes, een vlaggenmast en een grote openluchtkapel raakte helaas mijn fotodisk vol! Dus geen foto’s van dit leuke schooltje en die mooie kerk.

Terug naar het centrum waar wij als deelnemers aan de vergadering moesten plaats nemen op het openluchtpodium achter een bureau en een tafel. Na het aflezen van een presentielijst, gingen wij samen met de werkgroep van een stuk of 10 dorpelingen de “vergaderruimte” van het gemeentehuis binnen. Een voormalig klaslokaal zonder ramen of deur. Als zitplaats diende een berg planken en balken (bestemd voor de nieuwe school?) Oygen en Vincent gaven uitgebreide toelichting bij een paar van de agendapunten en er werd ergens over gestemd. Vervolgens weer naar buiten op het podium om met de dorpelingen te vergaderen. Beurtelings spraken de chairman, de onderwijzeres, Oygen en Vincent. Ook veel van de in het gras zittende dorpelingen deden een duit in het zakje. Shipo heeft hier samen met de werkgroep een verbeterprogramma voor het dorp opgezet. De punten daaruit werden nu allemaal besproken en uitgebreid toegelicht. Maar eerst moest natuurlijk die vreemde blanke man welkom worden geheten. En van hem werd verwacht dat hij ook iets zou zeggen! Vincent krabbelde vlug een tekst in mijn hand: “jina langu Ton” (ik heet Ton) en ik ging in het Engels verder: “I don’t speak Swahili, but I am very glad to be here with you”  en omdat vrijwel niemand hier Engels kan verstaan werd dat weer door Oygen in het Swahili vertaald.

Eén van de discussiepunten was de voedselvoorziening. De kinderen hier krijgen thuis maar één keer per dag te eten. Oygen vroeg hoe vaak de ouders zèlf aten en of ze het normaal vonden dat de kinderen met alleen een avondmaaltijd toe moesten kunnen. Je kunt dan toch ook geen leerprestaties van ze verwachten? Ik zei Oygen dat Nederlandse kinderen gewoon 3x per dag met de ouders mee eten en ook dat mannen bij ons (dus?) gemiddeld 78 jaar oud worden. Bij zijn vertaling naar de dorpelingen zei hij dat Tanzanianen gemiddeld maar 58 jaar worden en hij wilde weten of er bij de aanwezigen iemand was die ouder was dan mister Ton. Niet dus! Mogelijk heeft dit argument ze mede over de streep getrokken om toch maar, ondanks de hoge kosten, te besluiten voortaan elke dag één schoolmaaltijd voor de kinderen te verzorgen. De ouders moeten daarvoor per jaar en per kind 3,2 kg maïs en wat aardappelen inleveren. De dorpelingen moeten daarnaast 1000 Tsh per man per jaar afdragen voor de aanschaf van kookspullen en bijkomende ingrediënten. Ook werd besloten dat de voor velen te bezwaarlijke 1000 Tsh in twee halfjaarlijkse termijnen mocht worden voldaan! Natuurlijk moest er ook een kookploeg worden ingesteld. Vervolgens werd besloten over het bijbouwen van choo’s, want 15 toiletten voor 600 leerlingen is wel wat weinig! Tijdens het behandelen van een groot aantal volgende agendapunten vroeg ik Oygen of het een idee zou zijn om een eerste bedragje aan het nieuwe fonds te doneren. Aan het eind van de vergadering stelde hij dat ook voor, maar ik moest het zelf “brengen” Dus ik zei dat ik het een grote eer zou vinden als ik als eerste iets in het schoolmaaltijdenfonds zou mogen storten. Dat werd door Oygen vertaald en met gejuich ontvangen. Aan het eind van de dorpsraadpleging werd ik nog uitgebreid toegesproken door de chairman, de hoofdonderwijzer en de voorzitter van de kascommissie aan wie ik officieel een briefje van 10.000 Tsh had overhandigd. Ook uit de groep vrouwen stond er een op, stormde met een luide yell op mij af om mij met beide handen namens allen te bedanken. (Terug in Nederland kreeg ik alsnog via Ester een bedankje toegestuurd met kwitantie en beide laatstgenoemde foto’s, gemaakt door één van de dorpelingen)

Toen er ook nog een lied voor mij werd aangeheven vond ik het toch wel wat gênant worden voor die armzalige 8 Euro! Volgens Oygen heb ik in het dorp zelfs de eretitel “Father of the New School” gekregen. Tot slot kregen we, voor het vertrek naar Njombe, in het dorpsrestaurant (3×3 m² en schemerdonker) een lunch aangeboden door het schoolhoofd. Een groot bord rijst en een flink stuk kip, mierzoete en gloeiend hete thee (eigen oogst?) weer met de gebruikelijke handwassing voor en na. Na afloop nog even naar het toilet in originele Tanzaniaanse uitvoering: een hutje van kleiblokken, deurhoogte 140 cm, nokhoogte 175 cm, klein raampje zonder glas, houten vloer met ruitvormig gat in het midden, (diepe?) kuil eronder, plenty vliegen en (malaria?)muggen en op een richeltje een paar boomblaadjes als wc-papier. Naast de choo zaten 2 peuters op de grond te sabbelen aan de tenen van een kippenpoot, waarschijnlijk het restant van de kip die wij net hadden geconsumeerd. Schattige koppies maar een verre van gezonde omgeving. De terugreis, weer  zandweggetjes en over een stuk of wat gammele plankenbruggetjes was weer royaal  voorzien van prachtige vergezichten  over enorme dalen en verre bergruggen. Om 18:00 thuis en om 19:00 eten bij Ester. Mijn was is ook weer terug en mijn armen zijn nog rooier geworden. Hardstikke moe om 21:30 naar bed.

Vrijdag 27 mei

Vandaag komt de grader. Dus in alle vroegte het plot uitgezet zodat ze de bovenlaag er op de juiste plek af kunnen gaan schuiven. Sarah zal daarbij het toezicht houden.

Ondertussen ga ik samen met Vincent op stap naar een paar schooltjes en touwpompen.

Eerst naar Nyombo met twee scholen: Nyombo en Mahalule. De eerste heeft drie gebouwen elk met 2 klassen. Twee gebouwen zijn gefinancierd door Shipo en de derde door de Tea Company. De organisatie en het toezicht berustte bij Shipo, net als voor de nieuwe onderwijzerswoning. Ziet er allemaal keurig strak uit. Dat kan helaas niet gezegd worden van de 2e onderwijzerswoning die nu in aanbouw is. Zonder toezicht komt er bedroevend weinig van terecht. Het probleem is dat de dorpelingen de metselaars, die de school hebben gebouwd, nog steeds niet betaald hebben en daarom heeft Shipo haar ondersteuning opgeschort. Nu zijn de dorpelingen zelf wat aan het klungelen. Even later worden we ook bij de school Mahalule hartelijk verwelkomd. Overal waar je hier komt is overigens het eerste wat er moet gebeuren: invullen van het gastenboek.

De secondary school in Ikuna, 8 km verderop, ook gefinancierd door de Kibena Tea Company, zag er eveneens heel redelijk uit. Daar ging het vandaag om een nieuwe touwpomp. De 600 leerlingen van 12 tot 18 jaar en de elf bij de school wonende leraren zijn voor de watervoorziening afhankelijk van één zelfgegraven waterput. Van 18 meter diepte wordt het water met een emmertje opgezwengeld. Als het bovengekomen water na een klein tijdje wat helderder is geworden, wordt het voorzichtig in een ander emmer overgegoten en het troebele restant gaat in het gras. Zo moeten ze 2 à 3 keer putten voor één emmer niet meer dan redelijk water. Je kunt je nauwelijks voorstellen dat ze hier met de hand een verticaal gat van 18 meter diep en een doorsnede van amper 80 cm hebben gegraven. Levensgevaarlijk,  niet alleen vanwege het instortingsgevaar, maar op zo’n grote diepte begint ook het zuurstofgehalte af te nemen waardoor het werk daar erg zwaar en niet zonder risico’s wordt. De school wil eigenlijk dolgraag een touwpomp, maar de € 80,- zitten helaas niet in het budget! Evenmin trouwens als geld om het voegwerk van de gebouwen af te maken. Het metselwerk is uitgevoerd met modder en zonder afwerking van de voegen met cementmortel is de levensduur van zo’n gebouw helaas een heel stuk korter.

Vijf kilometer verderop ligt Lole. De school daar is echter lang geen lolletje: gaten in de daken. raamkozijnen zonder ramen en zonder glas en rottende spantbenen. Veel van de spanten zijn overigens gemaakt van gewone boomtakken. De keuken is vanwege het ingestorte dak niet meer te gebruiken. De toestand van de leraarswoningen maakt het voor een goede leerkracht nu niet direct aantrekkelijk om op deze school te komen werken! Het huis van de adjunct directeur is weliswaar een ietsje beter maar toch heel erg armoedig. De latrines, ook die voor de docenten, zijn zeer luchtig en heel erg smerig.

Ik heb hier een serie foto’s gemaakt, waarmee Shipo misschien kan helpen om bij het Gouvernement geld los te krijgen voor verbeteringen.

Verderop vonden we, na lang zoeken, nog een gegraven put van 12 meter diep. Hier wordt het water opgehaald met een jerrycan aan een lange rubberband die over de naaf van een fietswiel loopt.

Zaterdag 28 mei.

Vandaag hebben we nog even de beschikking over de grader, maar eerst moet nog de juiste situering van de gebouwhoeken worden bepaald en de hoogtematen worden overgebracht. Dat neemt nog heel wat tijd, maar om 11:00 uur kan de grader toch beginnen.

Gewerkt tot 14:00; toen moesten de mannen helaas weg. Voor de rest gaan we zo mogelijk volgende week een betere machine inhuren.

Lekker gedoucht en mijn verbrande armen verzorgd. ‘s Avonds met z’n zevenen in de auto naar een feest bij David (Ierland) om de verjaardag van zijn vrouw (Swaziland) te vieren. Hun oude koloniale landhuis ligt in een omheind en goed bewaakt woonpark van de Tea Company. Aan huis en tuin is goed te zien dat ze flink wat personeel hebben. Net als trouwens veel van de andere gasten, die bij de Tea Company of bij de Tanninemaatschappij werken. Ze komen uit de hele wereld: Engeland (natuurlijk), Duitsland, Finland, Zuid Afrika, Schotland, Ierland en, met ons mee, ook 6 uit Nederland, waarvan de helft uit Heiloo! En jawel alle drie van de . . . . Westerweg! Een zekere Coby Steenstra en ene Lydia die bij het Finse doveninstituut werkt.

Prima feest met veel hapjes en drank, waar ik overigens maar beperkt van heb genoten vanwege mijn onwillige maagklep. Om 01:15 naar huis en dooooodmoe onder de wol.

Zondag 29 mei

Heel goed geslapen. Om 9:00 op, want lopend naar de kerk in Njombe. 4 km heen en 4 km terug, een klein beetje training voor de 4-daagse straks weer in Nederland.

Het is Sacramentsdag, dus groot feest. Stampvolle kerk, zeker 3000 man samengepropt in een mooie kathedraal. Celebrant is de bisschop, kompleet met mijter en staf, 5 extra priesters, 2 acolieten, 34 misdienaars en een flink koor.

Buiten 1 oudere dame was ik ook hier weer de enige blanke. En omdat ik met mijn 1,85 dik boven de gemiddelde Tanzaniaan uitsteek bleef mijn aanwezigheid niet onopgemerkt. Teruglopend van offerande en Communie zag ik dan ook bijna alle 6000 witte glinsterogen in de zwarte koppies op mij gericht!

Na de mis van bijna 2 uur Sacramentsprocessie door de stad. Eerst een stuk over highway 84 die dwars door de stad loopt en dan verder via zijstraatjes naar het voetbalveld. Daar was één van de doelen met doeken, zilverpapier (dus toch…) en slingers getransformeerd in een soort kapelletje ( Daar werd nog wat gebeden en gezongen en terug ging het weer naar de kerk, natuurlijk ook weer met gezang van de diverse zangkoren en tromgeroffel van de verschillende congregaties die allemaal vooraf gegaan werden door een groot kartonnen naambord. De bruidjes deden hun best met het strooien van zoveel mogelijk bloemblaadjes voordat de bisschop met monstrans onder zijn baldakijn passeerde.

Om 16:00 terug in mijn hotel voor een pilsje en dit verslag.

Maandag 30 mei

Vandaag kwam de landmeter om nog wat aanvullende punten in het terrein te markeren. Gevolg: bijna alle uitgezette lijnen moeten worden aangepast! Maar nu hebben we dan ook de juiste maten en kunnen we wat exacter aan het werk. Samen met Sarah heb ik de gebouwhoeken opnieuw uitgezet en summiere bouwplanken geplaatst. De hele dag niet op kantoor geweest en dus ook de e-mail van Ans, die Ester vergeten was uit te printen en mee te nemen, niet kunnen lezen. En dus ook geen mailtje terug kunnen sturen.

Tegen de avond kwamen er nog drie Hollanders bij Shipo aan: Jan, Henk en Marc. Ze zijn betrokken bij het touwpompenproject en komen, samen met Arjen, voor de boorderscursus.

Het welkomstdiner bij Ester en Walter liep flink uit maar was heel gezellig (en leerzaam!)

Dinsdag 31 mei

Eerst “even” met Ester langs Visiwi (het doveninstituut) om te regelen dat onze drillers die daar in het kader van hun cursus, drie boorgaten aan het maken zijn, iets van een ontbijt kunnen krijgen. Maar net als bijna overal is het wachten, wachten en nog eens wachten.

Eindelijk onderweg naar kantoor kregen we bericht dat de landmeter nog een laatste hoekpuntje wilde komen registreren. Dus terug naar de plot en weer meten! Het blijkt dat het aangekochte terrein zo’n 300 m2 groter is dan aanvankelijk gedacht. Ook de man van het Waterdepartment was weer present om een nieuwe hoogtemeting uit te kunnen voeren. Al met al kwam ik pas om 10:00 op kantoor om mijn e-mailtje te lezen en te beantwoorden en al mijn achterstallige verslagen te maken en in te voeren. Verder nog wel even aan de manual kunnen werken.

Woensdag 1 juni

Nieuwe grondbalans gemaakt en rest van de dag eindelijk inhoudelijk aan de manual kunnen werken. Aan het eind van de middag nog even naar Visiwi om de vorderingen van de drillers te bekijken en ‘s avonds weer naar de Kibena club voor een diner (kip met currierijst: heel lekker) en een pilsje. Om 22:30 onder de wol.

Donderdag 2 juni

Vandaag gelegenheid om aan de manual te werken. Maar eerst even alle administratie en dit verslag bijgewerkt en naar huis gemaild voordat Ans daar weer terug is uit Griekenland. Weer bij Ester gegeten (ugali = maisdeeg) en even naar mijn hotel. Tegen 20:00 telefoontje uit Heiloo: Ans is gezond en wel terug in het koude en gure Nederland.

‘s Avonds een presentatie van Henk over pompen en putten all over the World. Onder andere ook een heleboel in Nicaragua, Bell!

Vrijdag 3 juni

Weer flink aan de manual kunnen werken. ‘s Middags even naar Visiwi waar één van de ploegen een flinke zandlaag had bereikt en dus de casing kon gaan plaatsen.

Op de terugweg langs Kisangani, waar ze net waren begonnen met een proefboring volgens een ander systeem. De Practica ploeg heeft met zeer primitieve hulpmiddelen een handpuls met tanden en een klepje gemaakt en het werkt nog ook!

Zaterdag 4 juni

Het werk aan de manual op kantoor was nog niet gestart of er kwam een paniektelefoontje van Visiwi: het water was op en de waterleiding gaf daar ook niets meer. Ik kon dus toch gebruik maken van mijn Internationale Rijbewijs en met de truck de twee 500 litervaten ophalen. Met een ploeg helpers naar de rivier (7 km) om water te halen.

Twee in witte pakken gestoken figuren hielden ons daar aan en vroegen iets onverstaanbaars. Volgens een met geweer gewapende soldaat, die in de buurt stond, wilden ze 2000 Tsh hebben Waarvoor werd me niet duidelijk, dus ik ben er ook maar niet op ingegaan. Op de terugweg hoorde ik later van Jacob dat het gevangenen waren die daar onder toezicht van die soldaat aan het werk waren, ze boden zeker hun diensten aan!

Voorzichtig, met de tot de rand gevulde vaten in de open laadbak, zoveel mogelijk de kuilen en gaten in de weg omzeilend terug omhoog en de boorploegen konden weer verder.

Nog even een kapotte pomp en oude autobanden naar Visiwi gebracht en om 12:00 uur kon ik eindelijk starten met de manual! Om 16:00 uur gestopt, even snel opgeknapt en met een truck vol Hollanders naar de Kibena club voor een barbecue. Daar kunnen ze hier niet zo erg veel van: het te lang doorgeroosterde vlees is een hele toer voor mijn beperkt gebit! Maar wel gezellig, weer allerlei Europeanen ontmoet en gesproken (zo goed en zo kwaad als mogelijk)

Zondag 5 juni

Vroeg op, want ik ga proberen de foto’s van de cards te kopiëren naar de PC van Walter omdat er heel wat bij zijn die Shipo ook wil bewaren. Dat viel echter niet mee. Het camerakabeltje ligt in Heiloo en mijn memorycards passen niet in Walters fototoestel. Uiteindelijk bleek Marc een passend kabeltje te hebben en ook de knowhow om de plaatjes te kopiëren naar de laptop van Henk. Gelukkig zat daar een programma in dat de boel kon regelen, want het eigenlijk benodigde Canonprogramma zit natuurlijk thuis op de PC van Ans! Aan de laptop hingen we een memorystick van Marc en daarmee kunnen de bestanden morgen op kantoor naar de PC van Walter. Hardstikke handig allemaal (!?)

Gelukkig waren we al met al toch nog redelijk op tijd klaar om met de Mgina’s mee te kunnen gaan naar een waterval ergens ver weg in de bush. Schitterend: buiten ons achten geen levende ziel, alles ruige natuur. Ook geen weg er naar toe, dwars door struiken en hoog opgeschoten onkruid: je zou hier beslist niet met onze Mitsubishi naar toe kunnen komen.

’s Avonds een diner in ons hotel, aangeboden door Shipo aan het voltallige personeel en de Hollandse gasten Arjen, Henk, Jan, Marc en Ton. Jammer dat het Engels van laatstgenoemde ruim onvoldoende is om alles te kunnen volgen en goed aan de conversatie deel te kunnen nemen. Terug in Nederland eerst daar maar eens wat aan gaan doen!

Maandag 6 juni

Zo, het overzetten van de foto’s is gelukt en de eerste twee hoofdstukken van de manual zijn klaar voor behandeling in de workshop van woensdag. Het is 17:00. Nu nog even dit verslag bijwerken en het mailtje van Ans beantwoorden. Dan in het hotel nog even aan de voorbereiding van de workshop zelf. Maar helaas! Daar is dus niets van terechtgekomen! Onderweg naar “huis” even bij Visiwi langs. Daar waren ze een betonnen plaat (slab) aan het storten voor de eerste pomp volgens een werkmethode waar nog heel wat aan te verbeteren was! Om 19:00 moesten we echter stoppen vanwege de duisternis die hier tamelijk abrupt invalt. Dus na het eten nog even aan de workshop gesleuteld, maar het gros zal toch morgen moeten gebeuren.

Dinsdag 7 juni

Slecht geslapen vanwege nieuwe overburen in het hotel. Twee vrouwen met een peuter die tot midden in de nacht zeer luid met elkaar moesten praten om boven het geluid van hun TV uit te kunnen komen. Daardoor kon ook het kind natuurlijk niet slapen maar dat bleek met weinig slaap toe te kunnen, want ‘s morgens om 05:00 liet het al weer zeer luidruchtig van zijn/haar aanwezigheid blijken!

Om klokslag 08:00 stond volgens afspraak de shovel van de Duitse missiepost voor de deur, dus die kon aan het werk gezet worden. Gaat lekker vlot met dat ding! Telkens maar weer metend en aanwijzingen gevend bereikten we op één plaats de juiste diepte van de bouwput. Na de lunch zou Vincent verder toezicht houden en kon ik terug naar kantoor om mijn workshop van morgen verder voor te bereiden. Dat bleek echter erg lastig door de steeds weer uitvallende elektriciteit en dus ook computers.

Woensdag 8 juni

Vincent hield toezicht bij het grondwerk en ik kon mijn workshop geven. Heel verhelderend en leerzaam, ook voor mij! Aan de bouwkundige kennis van de veldwerkers kan nog heel wat verbeterd worden en op hun beurt hebben ze mij goed aan kunnen geven wat er zo ongeveer in de manual terecht zal moeten komen. Ook de fotoserie van geconstateerde bouwfouten leverde een interessante en leerzame discussie op. De twee eerste hoofdstukken van het handboek zijn nu afgerond: er zijn er nog 9 te gaan. Ik word dus terug verwacht bij Shipo! En ook de kinderen van Ester vroegen ’s avonds bij het afscheid nemen of ik weer gauw terug kwam. Wat ik dus maar beloofd heb! Op mijn hotelkamer nog even aan dit verslag gewerkt, afscheid genomen van de andere Hollanders en de rekening van het hotel betaald. Aanvankelijk had Andrew 3 weken lang alle kosten van Shipo, inclusief de feestavond van afgelopen zondag, op (mijn) kamernummer 6 geboekt, maar dat foutje was gelukkig tijdig ontdekt en hersteld! Na het inpakken van de koffer kon om 23:00 het licht uit.

Donderdag 9 juni

De wekker stond op 05:00 maar de guard vond kennelijk dat ik dan geen tijd genoeg zou hebben om bij het busstation te komen: hij stond om 04:30 al op mijn kamerdeur te kloppen. Niet erg, want een half uur eerder waren al een paar andere gasten met veel misbaar en luid met elkaar converserend vertrokken, dus ik was toch al wakker.

De kok was vandaag speciaal voor mij vroeg begonnen, zodat het ontbijt supersnel voor mijn neus stond. Ook Ester was keurig op tijd om mij naar het busstation te brengen. De Scandinavian bus Njombe > Dar es Salaam was vandaag om onduidelijke redenen niet beschikbaar, dus Georgina had gisteren, denkend dat ik vanavond al moest vliegen en dus bijtijds in Dar zou moeten zijn, een kaartje genomen voor de Grazia Venerari Safari (Safari: dus toch leeuwen en olifanten…?). Ze had eigenlijk een ticket voor de Scandinavian uit Songea moeten nemen. Die passeert Njombe op een heel wat christelijker tijdstip. Maar allah, straks heb ik wat extra passagierstijd in Dar es Salaam. En bovendien is de Grazia nog voordeliger ook: Tsh 12000, voor 750 km en nog inclusief 3x een drankje, een cakeje en wat andere versnaperingen. Niet te geloven! Ik had een raamplaatsje laten reserveren, aan de rechterkant (de schaduwzijde) Naast mij zat een Lutherse dominee, die mij van alles uitlegde over wat er onderweg groeide en bloeide. Bovendien trad hij, indien nodig, ook op als tolk: heel handig!

Op een klapband na in het Mikumi park verliep de reis voorspoedig en super vlot. Ook deze chauffeur scheurde er flink op los. Dat was ook wel nodig om de verloren tijd van de klapband in te halen. En wat later moest het gaspedaal nog verder omlaag  om de tijd in te lopen die hij kwijt was door de bekeuring die hij kreeg van twee in de bosjes verscholen politieagenten. In het natuurreservaat mag je namelijk niet harder dan 50 km/uur. Door die hoge snelheid zullen de foto’s die ik al rijdend maakte van de majestueuze baobab-bomen en de giraffen wel geen hoge kwaliteit hebben en voor het maken van een foto van de enige olifant die ik zag was ik net te laat. Bovendien stond het beest heel onverschillig met zijn dikke kont naar ons toe, in een greppel vlak naast de weg, te lunchen. Veel olifant zou die foto dus toch niet opgeleverd hebben.

Om 15:15 bij het busstation stond Frank er al om mij naar het hotel te brengen. Bijna nog werd ik gekaapt door een of andere taxichauffeur die zich voor Frank probeerde uit te geven maar schielijk verdween toen de echte Frank zich meldde.

Na enige discussie in het Durban Hotel over de kamerprijs (Tsh 20.000 voor ingezetenen of US $ 33,- voor buitenlanders!) kreeg ik toch een kamer, weer op de 4e verdieping. Volgens afspraak pikte Frank mij om 17:30 weer op om naar Slipway te gaan. Wel een flink eind weg, in het spitsuur, maar een heel leuk plaatsje aan de haven met winkels en terrasjes. Pizzaatje gegeten met een biertje erbij en wat gewandeld. Ondertussen zat de taxichauffeur geduldig in zijn auto op mij te wachten: best wel decadent eigenlijk. Nog een telefoontje van Ester om te chequen of alles volgens plan verliep: ja dus! Terug in het hotel idem van Ans: wat een bezorgdheid om deze oude man!

Enfin, nog één dagje en dan kan ik al mijn belevenissen gewoon vertellen in plaats van ze op te moeten schrijven in dit verslag.

Vrijdag 10 juni

Ook de laatste Afrikadag begon weer vroeger dan gepland. Om 4:45 belde de receptie mij wakker. Nog te versuft om te beseffen dat ze zich een uur vergisten bedankte ik ze hartelijk “asante sana” voor de service. Alle tijd dus om flink koud te douchen. Zonder de airco, die ik ’s nachts had uitgezet vanwege de geluidsproductie, was het toch behoorlijk warm geworden. Gisteravond in de stad 32° C en geen zuchtje wind. Lijkt me vreselijk om hier te moeten wonen. Dar heeft 2½ miljoen inwoners en bijna alles ziet er grauw en smerig uit. Frank staat echter vrolijk met open raampje zij aan zij met roet uitbrakende vrachtwagens en busjes in de file te wachten tot hij weer een paar meter kan optrekken. Dat de levensverwachting in het propere en opgeruimde Nederland veel en veel hoger is weet hij waarschijnlijk niet. Blijmoedig leverde hij me af op de luchthaven en wist niet wat hem overkwam met de fooi van € 2,40: “you are to kind, God bless you!”

Bij het uitprinten van mijn instapkaart ging het eerst een paar keer fout. In tweede instantie kreeg ik pas het gewenste raamplaatsje (links, uit de zon): of ik bezwaar had tegen een baby ernaast? Maar gelukkig hadden ze nog een ander raamplekje voor me: 27A.  Overigens is de procedure van inchequen hier super safe: elektronische bagagecontrole – handmatige controle (koffer open en helemaal doorzoeken) – chequelist handbagage invullen – immigrationkaart invullen – elektronische controle via een veiligheidspoortje – fouilleren – paspoortcontrole – visuele inspectie rugzak (alles eruit!) – weer fouilleren – nogmaals paspoortcontrole – instapkaart controle. Al met al houden ze je (en zichzelf) lekker bezig waardoor het wachten minder lang lijkt te duren. Gelukkig had ik nog wel even tijd om mijn Tanzaniaanse simkaartje leeg te bellen met Ans. Het schijnt dat ze me toch wel weer graag thuis wil hebben, na 3½ week!

Eenmaal in de Boeiing 767 bleek 27A de beste plaats van het hele toestel te zijn! Inderdaad links bij een raampje, iets achter de vleugel en bij de nooddeur. Dus plenty beenruimte. De hele weg lekker languit gezeten. En opstaan voor een loopje of een greep in mijn handbagage uit het rek, zonder mijn buurman lastig te moeten vallen. Schitterend weer en grondzicht, bijna de hele 10 lange uren. Wat een prachtig werelddeel dat Afrika: meanderende rivieren, bergen, meren, af en toe een dorpje of een wat grotere stad. Ook de met eeuwige sneeuw bedekte, op de evenaar liggende Kilimanjaro, na een uurtje vliegen, was een ongelofelijk imposant gezicht. En weer een aantal uren verder de woestijnen van Soedan (of Egypte?): wat een onmetelijke zandbakken, die in sommige gebieden schijnbaar langs een liniaal opgedeeld bleken te zijn in vakken. Als je echter heel goed keek bleken die strepen oliepijpleidingen te zijn die naar de kust leidden. Ook waren ergens groepen van grote achthoekige structuren te zien (net zo’n patroon als in het spel “de kolonisten van Katan”) misschien moderne steden? Thuis nog maar eens proberen achter te komen. Tijdens deze vlucht van het arme Afrika naar het rijke Europa kreeg ik het af en toe wel een beetje te kwaad met alle gedachten en overpeinzingen: waarom is het toch zo ongelijk verdeeld over de wereld? Natuurlijk zie en hoor je daar bij ons best wel vaak het een en ander over, maar we drukken dat meestal weg door af en toe wat geld te geven en dan weer over te gaan tot onze eigen probleempjes en de orde van de dag. Ik besef nu dat er maar één manier is om de werkelijkheid te leren kennen: er zelf heen gaan en de cultuurschok ervaren! Een natuurgetrouwe beschrijving geven is vrijwel niet mogelijk.

Aangekomen in London Heathrow (aanvliegroute pal over het in de zon schitterende Windsor Castle!) bleek de drie uur wachten, zo dicht bij huis, toch wel weer heel lang. Maar, eenmaal weer in de lucht, ging alles gesmeerd. Vrijwel direct na het bereiken van het hoogste punt werd de daling naar Schiphol al weer ingezet. De crew had nauwelijks de prima lunch uitgedeeld en de rubbish ingezameld of ze moesten al weer in de “seats for landing”

En ook die landing op Schiphol en het uitchequen ging bijzonder vlot. Wat helaas niet gezegd kon worden van de bagageafhandeling: door het glas gescheiden stonden Ans en ik te popelen om elkaar in de armen te kunnen vliegen, maar . . . . geen koffer van Ton! Gelukkig bleek bij de bagageafhandelaar dat die wel in Londen was gesignaleerd en dus kennelijk pas daar het juiste vliegtuig had gemist. Hij zou direct worden nabezorgd als hij boven water kwam! Eenmaal door de douane was het weerzien met Ans onvergetelijk! Nog nooit waren we zo lang zonder elkaar. Thuis samen een hele fles champagne soldaat gemaakt en weer lekker in mijn eigen bedje!

 E I N D E .

Rotary Clubs
Eriks
Genap
Online Stempels
YouBeDo
Keer op keer
Dutch Design Office
PCC Alkmaar
ncdo
Kroon Olie
Wilde Ganzen